Christenen, Dierenrijk, Elohim Hashem Jehovah, Geschiedenis, Levenskwesties, Mensdom, Plantenrijk

Keuze van levende zielen tot de dood

Bij met stuifmeel voorziend in bevruchting

Na orde in de chaos van het heelal gebracht te hebben was de Goddelijke Maker van alle dingen over gegaan tot het creëren van levende wezens, bezield met Zijn levensadem, waardoor zij levensvatbaar waren en vervolgens ook zelf tot nieuw leven konden brengen door de voorziening van zera of zaaddraging of bevruchting.

Aanvankelijk had de Elohim de hashomayim en eretz met haar haaretz (hemel en aarde met haar grond) voorbereid en lichten in de raki’a (of hemels uitspansel) over hen gebracht om yown of de scheiding van tijd te brengen. Dat gebeurde in de eerste twee perioden waarin in de laatste periode mayim of water in hun specifieke bekkens waren verzameld, zodat yabasha (yabasa) of droogland kon verschijnen. In de derde periode van de schepping liet God de aarde loten of spruiten brengen. Die vegetatie of groen op zichzelf kreeg de kracht van zijn Bore of de Goddelijke Schepper om elk volgens zijn soort te geven.

Van boker (morgend) tot erev (avond) kon haaretz (de grond- of bodemgrond) opwarmen en planten groeien in het zonlicht en zo kleur kunnen geven aan de wereld met weelderige groenheid en bloeiende vegetatie die de rijke kleurrijke en geurrijke bloemen laten zien en ruiken.

Alle elementen zouden door licht kunnen worden gedekt als met een kledingstuk, dat de hemel uitstrekt als een gordijn. En het is dat de Allerhoogste Elohim יהוה, die gekleed in licht, de balken van zijn bovenkamers in de wateren legt en de de hemel optrekt alsof het een tent is. De zalen van Zijn  paleis staan op het water boven de aarde en zijn dikke wolken tot Zijn wagen maakt, die wandelt op de vleugels van de wind, zijn malachei of boodschappers (engelen) tot winden makend, zijn avdei of knechten (hemelse dienaren) een Vlam van vuur.

Psalmen 104: 1-4 OJBV Barachi (zegent) Hashem, o mijn nefesh. Hashem Elohai, U bent Gadol Me’od; U bent bekleed met hod (eer) en hadar (majesteit). (2) Wie bedekt uzelf met ohr (licht) als met een kledingstuk; Wie strekt Shomayim uit als een tent (gordijn); (3) Wie legt de balken van Zijn aliyyot (hogere kamers) op de mayim; Wie maakt de wolken Zijn merka (of merkavah); Wie wandelt over de vleugels van de ruach (4) Wie maakt ruchot (geesten, winden) Zijn malachim; Zijn mesharetim (ministers), vlammende eish;

Er waren de zielen of wezens gemaakt die wij dieren noemen. Meerdere soorten die zich ook elk naar hun soort konden voort planten. De ziel was hun eigen zijn, dat bekomen werd door de levensadem die God in hun neusgaten had geblazen. Naast de zielen van dieren ging God over tot het maken van een ziel die anders en meer was dan de dierlijke ziel. Voor de creatie naar de dierlijke zielen ging God over om een figuur te maken in Zijn gelijkenis. Maar dat zou Hij later betreuren.

Genesis 6: 7 OJBV En Hashem zei: Ik zal HaAdam uitroeien, die Ik uit het gezicht van Ha’adamah heb geschapen; Zowel Adam als Behemah, Remes en Oph HaShomayim; Want ik verwerp (of verfoei – betreur het) dat ik ze heb gemaakt.

Bij het komen van de laatste set levende wezens maakte God hen meer speciaal dan de zwemmende en kruipende wezens zoals reptielen en andere dieren. Naast de zoogdieren maakte de Elohim fysieke wezens uit het stof van de rode aarde die een weerspiegeling of spiegelbeeld van Hem zouden kunnen zijn.

Genesis 1:26-27 OJBV: (26) En G-d zei: Laat ons een mens maken in onze tzelem, naar onze demut of demoot (gelijkheid of gelijkenis); en zij zullen heersen over de vis van de zee en over de gevogelte der lucht en over het vee en over de ganse aarde, En over al het kruipende ding dat op ha’aretz (de aarde) kruipt.

(27) Aldus heeft G-d de mensheid in zijn eigen zelem geschapen, in de tzelem Elohim (afbeelding van G-d) heeft Hij hem gemaakt; Zachar (man) en nekevah (vrouwelijk) maakte hij hen.

Men kon op aarde kamelen en ezels, schapen, paarden en lichamen en zielen van mensen vinden. (Revelatie van Johannes 18:13) en mensen konden met hart en ziel genieten van wat God hen bood en zoals Hij bereid was met hen te zijn (1 Samuel 14:7; 1 Koningen 2:4; 2 Kronieken 15:12).

Het was de Allerhoogste die de zielen of lichamen tot leven riep en die nu nog steeds de wezens of zielen hersteld. Nog steeds is het de Elohim die de nefesh (ziel of het wezen) zijn innerlijk verfrist en haar leidt op de weg, waar Zijn recht geldt, tot eer van Zijn naam.

Psalmen 23: 1-3 OJBV Mizmor van Dovid (David)

Hashem is mijn Ro’eh (herder); er zal mij niets ontbreken. (2) Hij laat me liggen in groene weiden; Hij leidt me langs de mei menuchot (rustige wateren). (3) Hij herstelt mijn nefesh; Hij leidt mij in de paden van Tzedek l’ma’an Shmo (gerechtigheid terwille van zijn naam).

Zielen Van Napels
Zielen Van Napels (Photo credit: Wikipedia)

Bij meerdere gelovigen leeft de gedachte dat er een onafhankelijk geestelijk deel in hun lichaam aanwezig zou zijn dat zich zou kunnen afzonderen na hun dood. Er zijn christenen die denken dat dat geestelijk deel na de dood nog zou kunnen gestraft worden en in een vagevuur of hel terecht zou kunnen komen waar het een lijfstraf van verschrikkelijke foltering zou kunnen moeten ondergaan. Die gedachte is totaal indruisend tegen de Bijbelse leer en tegen de Goddelijke liefde.

Wat de meeste mensen gewoonlijk onder „ziel” (Hebr.: neʹfesj [נֶפֶשׁ]; Gr.: psuʹche [ψυχή]) verstaan, strookt niet met de betekenis van de woorden in het Hebreeuws en het Grieks zoals die door de geïnspireerde Bijbelschrijvers werden gebruikt.

De neʹfesj [נֶפֶשׁ] en de psyche of psuʹche [ψυχή] duiden op het wezen, zij het een plant, dier of mens zelf. Naast de persoon op zich duidt het zijn behoefte aan voedsel aan, het bloed in zijn aders, en uiteindelijk zijn volle wezen of zijn dat door de levensadem ‘ingeblazen’ door de Elohim het leven heeft ontvangen.

De Atheense school van Rafaël Santi, waarop tal van Griekse filosofen staan afgebeeld die ook over de menselijke ziel debatteerden.

Een grote meerderheid van de bevolking zou graag hebben dat zij eeuwig kunnen blijven voort bestaan en eeuwen geleden hebben meerdere kerkinstellingen zich vertrouwd gemaakt met de de klassieke Griekse filosofie, en hebben zich in feite gedachten toegediend uit de heidense religieuze gedachtewereld. Zij eigenden graag dezelfde gedachten toe als de Griekse filosoof Plato die hielt aan Socrates en zei:

„Indien [de ziel] in zuiverheid heengaat, zonder iets van het lichaam mee te slepen, . . . gaat zij dan niet naar het haar gelijke, het onzichtbare, het goddelijke en onsterfelijke en wijze? Daar gekomen valt het haar ten deel gelukzalig te zijn, verlost van omzwerving en onverstand en angsten . . . en de andere menselijke zwakheden. . . . zij leeft voortaan waarlijk met de goden samen.” — Phaedo, hfdst. 29 (vertaald door M. A. Schwartz).

Die onstoffelijkheid, ontastbaarheid, onzichtbaarheid en onsterfelijkheid worden tegen gesproken in de Bijbel. Eerst zien wij dat de mens een vooruitzicht kon hebben op onsterfelijkheid, maar na enkele tijd koos de mens er zelf voor om zijn onsterfelijkheid op de proef te stellen door de gelijke aan God te willen zijn en Zijn waarschuwing dat het eten van de vrucht van de Boom van kennis van goed en kwaad de dood zou mee brengen.

Enkel de Elohim is een onzichtbaar Geestelijk Wezen. Zelfs een malach of God Zijn malachei of de engelen hebben geen onzichtbaarheid.

Foods.jpg
Voedsel der aarde – groente en fruit, brood, graanproducten, aardappelen, rijst, deegwaren en peulvruchten, zuivel, vleeswaren, vis, ei en vleesvervangers

De onzichtbare Alleswetende God had de mens gevraagd vruchtbaar te zijn en zich te vermenigvuldigen (Genesis 1:28-31). Hen was alles gegeven wat er in de mayim en wat er op en uit de haaretz kwam, alsook wat er in de hashomayim of lucht was. Zo hadden zij zich geen zorgen te maken omtrent hun voedsel.

Maar naast de verplichtingen of mitzvot die God had opgegeven gaf Hij de eerste mens, die uit de haadamah of, rode aarde was geschapen, ook al een eerste verbod (פארבאט). Zij konden namelijk in het midden van de Koninklijke Tuin waar zij mochten in vertoeven twee bomen vinden waar zij niet mochten aan komen.

Genesis 2:7-8 NB “7 Dan formeert de ENE, God, de roodbloedige mens van stof uit de bloedrode grond en blaast in zijn neusgaten ademhaling van leven; zo wordt de roodbloedige mens tot lijf-en-ziel in leven.

8 Dan plant de ENE, God, een hof in Eden,- liefland, in het oosten; en zet dáárin de roodbloedige mens die hij geformeerd heeft.”

Genesis 2:9 NB “Ontspruiten doet de ENE, God, uit de bloedrode grond allerlei geboomte, bekoorlijk om te zien en goed om van te eten,- met de boom des levens in het midden van de hof, ook de boom der kennis van goed en kwaad.”

Genesis 2:16-17 NB“16  De ENE, God, stelt een gebod over de mens en zegt: van alle geboomte in de hof mag je eten en eten; 17 maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zul je niet eten,- want ten dage dat je van hem eet zul je de dood sterven!”

Ook al kon de mens misschien dagelijks de Etz HaChayyim of Boom van Leven zien staan in die mooie tuin wist hij dat hij er niet mocht aan komen. Ook de later uit de man gemaakte mannin Eva, was op de hoogte van Gods vordering. Dat kunnen wij zien aan haar reactie toen zij door haar gedachten verleid werd. Die nachash of de verleiding die van uit het innerlijke wezen (of van de ziel) komt wordt in de bijbel figuurlijk voorgesteld door een geniepig kruipend serpent. De mannin voelt zich erg aangesproken door haar verleidelijke gedachten dat zij misschien gelijk aan God zou kunnen worden als zij van die vruchten zou eten. Zij dacht er namelijk aan dat het misschien daarom was dat God niet wenste dat zij van die Boom zouden eten omdat zij dan even veel kennis als God zouden verkrijgen.

Ook al wist zij dat zij zelfs die boom of haar vruchten niet aanraken mocht anders zou ze sterven, hielt haar dat er niet van om het toch te proberen. De gedachte dat ze volstrekt niet zou sterven maar dat God wist dat hun ogen zouden opengaan, wanneer ze daarvan aten, en dat ze gelijk aan God zouden worden door de kennis van goed en kwaad, bracht haar er van te eten en haar echtgenoot er ook toe te brengen om Gods verbod te negeren. De vrouw had al bemerkt, hoe goed die boom was om van te eten; hoe hij een lust was voor de ogen, en hoe verleidelijk, wanneer men inzicht wil verkrijgen. Ze plukte dus van zijn vrucht en at. Ze gaf er ook van aan haar man, die bij haar stond, en ook hij at er van. Maar wat er toen gebeurde zou zijn weerslag hebben voor alle zielen, het is te zeggen, alle wezens op aarde. Toen zij van die vrucht hadden gegeten gingen namelijk hun beiden de ogen open; ze kregen tevunah en merkten, dat ze naakt waren. Verlegenheid en achterdocht of wantrouwen namen plaats in hun wezen en daarom hechtten zij vijgeblaren aaneen, en maakten er zich een khagorot of schaamgordel van. (Genesis 3:1-7)

Genesis 3: 1-7 OJBV En nu was de Nachash meer arum (geslepen, doortrapt, verlokkelijk) dan eender  beest van het zaad, dat Hasem Elohim had gemaakt. En hij zei tegen de Isha “echt”? Heeft Elohim gezegd: “Gij zult niet van kol etz hagan eten?” (2) En de Isha zeide tot de Nachash: “Wij mogen van de p’ri etz hagan eten; (3) Maar van de p’ri haEtz, die in het midden van de tuin ligt, heeft Elohim gezegd: ‘Jij mag daarvan niet eten, en gij zult het niet aanraken, tenzij gij sterft'”.
(4) En de Nachash zeide tot de Isha: “Gij zult zeker niet sterven; (5) Want Elohim weet dat in geval jullie daarvan geten, dat jullie ogen zullen geopend worden, en gij zult zijn als Elohim, met het kennen van tov en rah.” (6) En toen de Isha zag dat HaEtz voor voedsel was, en dat het aangenaam was voor de ogen, en dat Haetz gewenst was om seichel te hebben of iemand te laten zien, nam ze de vrucht er van af en nam en gaf haar ook aan haar ish die met haar er van at. (7) En hun ogen werden beide geopend, en zij wisten dat zij eirummim waren (naakt); En ze naaiden aleh te’enah (vijgenbladeren) samen en maakten zich khagorot (lendebekleding).

Door zelf te kiezen om tegen God Zijn gebod of verbod in te gaan kregen zij inzicht in goed en kwaad maar vielen hierdoor onder de uitspraak van de Elohim dat de dood over hen zou komen. Als straf voor hun verzet tegen God onthield God Zijn uitspraak of belofte niet. Nu werden de wezens of hun nefesh chayyah (of levende ziel) de zielen, hun lichamen, ontvankelijk voor verderf, ouderdom en dood om terug te vervallen tot datgene waaruit zij kwamen, stof en as of aphar ha’aretz. Over de levende wezens of zielen was nu de dood gekomen en zij wij door die vrije keuze van de eerste mens ook onderhevig aan die dood.

Door hun eigen verkeerde keuze waren zij arme zielen geworden en beseften zij dat God helemaal niet tevreden zou zijn met hen en wie weet een straf zou uitspreken over hen. Wat Hij ook deed.

De menselijke ziel was besmeurd geraakt door de vergiftigde gedachten die zich meester hadden gemaakt van de mannin, die haar levenspartner er bij betrokken had.

+

Voorgaande

Het begin van alles

Van chaos naar ordelijkheid

Voorziening van leven

Vervolg: Voorzieningen voor de keuzes van de mens

++

Aanvullende lectuur

  1. Schepping en wet die vertellen over Gods eer
  2. Fragiliteit en actie #1 Ongehoorzaamheid van Geschapene
  3. Fragiliteit en actie #8 Eerste Wetsvoorziening
  4. Fragiliteit en actie #11 Horen
  5. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #1 Schepper en Zijn profeten
  6. Een koning die zijn onderdanen wetten oplegt waarvan hij weet dat zij zich er nooit aan kunnen houden
  7. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 1 Mens geplaatst in wereld van groen en andere levende wezens
  8. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 2 Lot na daad van ongehoorzaamheid
  9. Het begin van Jezus #2 Aller Begin
  10. Bloem in verval
  11. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1
  12. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 2
  13. Kuddedier doet liever wat het niet mag
  14. Diegene die maakt zoals wij zijn
  15. Een persoon wordt alleen beperkt door de gedachten die hij kiest
  16. Gods vergeten Woord 16 Geopenbaarde Woord 1 Zoeken naar een god
  17. Bijbel, helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest ter onderricht
  18. Verwerf de gunst van Jahwe
  19. God meester van goed en kwaad
  20. Gebed tot Hem die ogen opent om inzicht te krijgen
  21. Wat gebeurt er als wij sterven
  22. Vindt er een transfer plaats na de dood?
  23. Lichaam en ziel één
  24. Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 1 Levensadem en ziel
  25. Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 2 Scheiding van God
  26. Onsterfelijkheid – Immortaliteit
  27. Al of niet onsterfelijkheid
  28. Immortality, eternality – onsterfelijkheid, eeuwigheid
  29. De ziel heeft geen regenboog als de ogen niet tranen
  30. De hoop op leven

+++

Verdere lectuur

  1. An anarchistic reading of the Bible (2)—Creation and what follows
  2. Creation of the earth and man #17 Man in the image and likeness of the Elohim #1 In the image and after the likeness
  3. Creation of the earth and man #18 Man in the image and likeness of the Elohim #2 Assimilation of character
  4. Creation of the earth and man #19 Man in the image and likeness of the Elohim #3 Beholding image and likeness of the invisible God
  5. Orders for the first human beings and Rebellion against their Maker
  6. A multifold of elements in creation and a bad choice made
  7. Scattered, broken, thwarted reflection of God
  8. The 1st Adam in the Hebrew Scriptures #1 Beginning of everything
  9. Forbidden Fruit in the Midst of the Garden 1
  10. Forbidden Fruit in the Midst of the Garden 2
  11. Forbidden Fruit in the Midst of the Garden 3
  12. Forbidden Fruit in the Midst of the Garden 4
  13. Genesis – Story of creation 5 Genesis 3:1-12 Eating of the fruit-tree of knowledge
  14. Genesis – Story of creation 6 Genesis 3:13-24 Enmity and curse
  15. Gone astray, away from God
  16. Facing disaster fatigue
  17. Dying or not
  18. What happens when we die?
  19. The Soul not a ghost
  20. Mortal Soul and Mortal Psyche #1 Intro
  21. Mortal Soul and Mortal Psyche #2 Psyche, the word
  22. Mortal Soul and Mortal Psyche #3 Historical background
  23. Mortal Soul and Mortal Psyche #4 Psyche, According to the Holy Scriptures
  24. Mortal Soul and Mortal Psyche #5 Mortality of man and mortality of the spirit
  25. Mortal Soul and Mortal Psyche #6 Summary
  26. Picturing Paradise Lost (Stepping toes) + Picturing Paradise Lost
  27. Sensitive trees for insensitive man
  28. Obtain favour from Yahweh

+++

8 thoughts on “Keuze van levende zielen tot de dood”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s