Geschiedenis, Jeshua de Messias, Levenskwesties, Mensdom

Terugblikkend op de eerste mens en eerste gebeurtenissen 2 Daad van ongehoorzaamheid eerste mens

De mens had veel vrijheden gekregen alsook de opdracht zich te vermenigvuldigen. Ook was hij door Jehovah God gewaarschuwd wat er zou gebeuren als hij in het midden van die tuin zich aan de vruchten van twee bomen zou laven. Maar de gedachten van de mens dwaalden af en brachten hem in verleiding om Gods eerlijkheid te betwijfelen.

Het kwam in de mannin haar hoofd op dat de Elohim haar misschien leugens had verteld en haar tevunah of kennis wenste achter te houden. Zij keek uit naar de begerenswaardige bomen, de Etz HaChayyim welk een boom kon zijn die levens kon inhouden,  en de Etz HaDa’as Tov v’Rah welk hen mogelijk gelijke kennis kon geven als God. In hun onschuldige naaktheid stonden de eerste man en vrouw voor die bomen, nu niet enkel om er naar te kijken, maar om toe te geven aan hun drang om hen aan te raken en van hun vruchten te eten.

Moshe in het derde hoofdstuk van zijn Boek over het Begin vertelt

Bereshith 3 WBvG

1 De nachash {verleiding – voorgesteld door een slang} leek meer arum {listig, geslepen, doortrapt, subtiel} dan enige chay {kole chay = elk levend iets  – vlees of plant} die de [Eeuwige] Jehovah God gemaakt had. {2 Korinthiërs 11:3 }. Zij sprak tot de isha: “Heeft God werkelijk gezegd, dat jullie niet van kol etz hagan {elke boom in de tuin} mogen eten?

2 Toen zei de isha tegen de nachash: ,,Van de p’ri etz hagan  {boomvruchten in de tuin} mogen we best eten,{Genesis 2:9}

3 maar van de p’ri haEtz {vruchten van de boom} die midden in de Gan {tuin} staat heeft Elohim gezegd “daar mogen jullie niet van eten en die mogen jullie niet aanraken, opdat jullie niet zult sterven {Genesis 2:9}”

 4 Hierop zei de nachash tot de isha: “Gij zult volstrekt niet sterven.” {loʼ-mōthʹ temoe·thoen: Lett.: „zult gij [mv.] niet stervend sterven”}{Bij het stervend sterven wordt bedoeld dat men zou voelen dat men stervende is of zal afzien bij het sterven.}

5 Want Elohim weet dat de dag dat je ervan eet, jullie de ogen open zullen gaan en dat jullie dan kEʼ·lo·him {als God – Deze titel is mv. ter aanduiding van majesteit of uitnemendheid} kennis zullen hebben van goed en kwaad. {Genesis 3:22 ; Jesaja 46:5 ; Filippenzen 2:6 }”

6 Isha zag nu dat HaEtz {De Boom} goed was tot spijs {of voedsel} en dat de mooie boom iets hoa {bloemig – lief – vriendelijk} was waarnaar het verlangen van haar ogen uitging, ja, de boom was seichel {met mogelijk opzichtige geuren} (begeerlijk om naar te kijken). {door eigen begeerte werd zij meegetrokken + zie ook Jakobus 1:141 Johannes 2:16} Zij nam dan van zijn vrucht (of fruit) en ging ervan eten en liet ook leʼi·sjahʹ {haar man} er van proeven. Toen deze bij haar was, ging hij er ook van eten. {Hierdoor kwam er uitbreiding naar de andere mens en werd ook de ish zijn geest verdorven. Ook al werd A̱dam niet bedrogen, werd de isha grondig bedrogen en geraakte in overtreding.+ Romeinen 5:12; 2 Korinthiërs 11:31 Timotheüs 2:14

7 En de ogen van beiden werden toen geopend en (toen) wisten zij dat zij eirummim {naakt} waren en zij hechtten aleh te’enah {vijgenbladeren} tot khagorot {lendebedekking, lendebekleding}. {Genesis 3:21}

File:Lucas Cranach (I) - Adam and Eve-Paradise - Kunsthistorisches Museum - Detail Tree of Knowledge.jpg
Gan Eden – Tuin van Eden (detail) Adam en Eva in verleiding rond Etz HaDa’as Tov v’Rah, de Boom van kennis van goed en kwaad – Lucas Cranach de Oudere (1472–1553)

Door de overdracht van de vrucht uit Eva haar hand naar Adams hand en hij die er ook van at, kwam ook hij onder de ‘ban’ van die verleiding, welke met zich de ongehoorzaamheid tot God bracht, en een verzetsdaad tegen Zijn verbod bracht. Zoals de Elohim hen gewaarschuwd had kwam er wel een inzicht van goed en kwaad en konden slechte gedachten nu de vrije loop hebben in hun geest, waardoor er ook schaamtegevoel kon optreden. Schaamte en verlegenheid nam zich nu meester over hen. Duidelijk beseffend wat zij verkeerd hadden gedaan wensten zij niet onder de ogen van God te komen en dachten zij zich te kunnen verstoppen. Maar God weet en ziet alles en wist hen dan ook te vinden om hen te bevragen wat er gebeurd was. Maar daar toonden zij dat zij nu ook geen angst hadden om niet eerlijk te zijn. De vijgenbladeren waarmee zij zich bekleedden staan symbool voor de ‘barrières’, onze gevoelens van begrenzing en onze drang om onze eigenheid niet ‘bloot’ te geven (letterlijk en figuurlijk). Zo verbergen wij ons in vele gevallen net zoals Adam en Eva zich nu verborgen voor God

8 En er was shâma {shawma – het geluid} dat zij hoorden, de kol {of kole = stem of geluid} van Jehovah Elohim [Zijn] wandelen in de gan {tuin} omstreeks leroeʹach {de bries} van de dag {= op het moment van de koelte van de dag.} {Vergelijk Deuteronomium 4:33; Deuteronomium 23:14} En HaAdam en zijn isha verborgen zich voor de aanwezigheid van Jehovah Elohim onder de etz hagan {bomen van de tuin}. {Vergelijk Amos 9:3; Hebreeën 4:13}

9 En Jehovah God riep de mens toe {qârâ = toeroepen} en vroeg uitdrukkelijk {amar: met verlangen}: “‘Ay”{ah’ee „Waar ben jij?””Vandaar hoe?” – Klaaglijk zoals van “Wat moet dat?”} {Micha 6:9}

10 Vai·Yo·mer – En hij zei: “Ko·le·Cha {Uw stem} sha·Ma’·ti {hoorde ik} bag·Gan {in de tuin}, maar ik was bevreesd omdat ik ei·Rom {naakt} [was]  en daarom verschuilde ik mij.” {zoals later Moshe bevreesd was om naar de Ware God te kijken, durfden zij hun gezicht niet tonen. + Exodus 3:6}

11 Waarop Hij zei: “Wie vertelde je over je naaktheid? {Genesis 2:25} Heb jij soms van de boom gegeten waarvan ik je geboden heb er niet van eten?” {Genesis 2:17}

12 En HaAdam zei: “De isha, die U naast mij geplaatst hebt (of mij gegeven hebt) om met mij te zijn, gaf mij van HaEtz, en ik heb er van gegeten. {1 Samuël 15:24; Jakobus 1:14}

13 En Hahem Elohim zeide tot de Isha: Wat is dit, dat gij gedaan hebt? En de Isha zei: De Nachash {slang, verleiding} heeft mij bedrogen, en ik heb gegeten. {2 Korinthiërs 11:31 Timotheüs 2:14}

Er was geen mogelijkheid om aan het oog noch de stem van God te ontwijken, maar ook naar de gevolgen van hun daad van ongehoorzaamheid moest de Elohim de juiste besluiten trekken en hen er op wijzen dat wat God ook zegt waarheid wordt. Aldus is er ook geen ontkomen aan Gods Woorden die steeds voltrokken worden.

14 Âmar {aw-mar’ = werkelijk} Jehovah {Zelf bestaande of eeuwige}* God zei tot de nachash {verleiding, slang} {Genesis 3:1}: “Kı̂y  / Zô’th {kee =  Daarvoor} Omdat je dit gedaan hebt  komt bittere vloek over jou. ‘Ârar {arur, vloek} kole {algemeen in het geheel; vandaar dat alles, elk (in) alles (manier), geheel, elk (manier), genoeg, elk (plaats) Hoe dan ook, zoveel als, iets, hoegenaamd, het geheel, wie ook al} vervloekt is, de behêmâh {het ‘stomme beestje’, Kol Habehemah: elk gedomesticeerde dier of vee}, {Of: „zijt gij vervloekt als geen ander van”} kole chay {elk levend ding, dus ook al de planten en wilde dieren}. Op uw gâchôn {gaw-khone’, de bron van uw foetus: de buik} zal je je verspreiden {hâlak, haw-lak’: (zelf) verplaatsen, heen en weer, omhoog en omlaag, naar plaatsen gaan, groeien, achtervolgen}. ‛Âphâr {aphar, afar, stof} zal je eten {Of: „bijten.”} yom chai {alle dagen van je leven}. {Jesaja 65:25Micha 7:17}

15 En eivah {‘êybâh, vijandschap, persoonlijke vijandigheid [zie (#Eze 35:5)] (Genesis 22:17; Jakobus 4:4; Judas 9; Openbaring 12:717)} zal Ik plaatsen {over brengen; Jesaja 35:4Jesaja 43:11Hebreeën 10:31} op jou {Jesaja 7:14; Openbaring 12:9} en bêyn ‘ishshâh nâshı̂ym {alle vrouwen} {Galaten 4:26; Openbaring 12:1}; de vrouw haar zera {zaad} {Mattheüs 23:33; Johannes 8:44; 1 Johannes 3:10} en jouw zera {zaad, nakomelingen of nageslacht} {Genesis 22:18; Genesis 49:10; Galaten 3:16; Galaten 3:29}. Hij zelf zal je in de rosh (kop) „verbrijzelen” of „vermorzelen” {Openbaring 20:10} en jij {Hebreeën 2:14} zal zijn akev (hiel – hak) breken {bijten, treffen, slaan} {Handelingen 3:15; Filippenzen 2:8}

16 Tot HaIsha {deze vrouw} zei hij: “Râbâh {raw-baw’, toenemen} zal ‛itstsâbôn {its-tsaw-bone’, zorgeloosheid, dat wil zeggen arbeid of pijn: – verdriet, moeite}, de smart van hêrôn hêrâyôn {hay-rone’, hay-raw-yone’} uw zwangerschap {1 Kronieken 4:9} zeer doen toenemen (of uw itzavon {barensweeën of bevallingspijn}, uw smart en uw zwangerschap zal Ik doen toenemen”); met ‛etseb {(pijnlijke) moeite; barensweeën} zult gij kinderen voortbrengen, {Genesis 35:16} en teshûqâh {tesh-oo-kaw’, teshukah, sterke begeerte} zal naar uw ish {man} uitgaan, en mâshal {maw-shal’, heerschappij} zal over u komen (of hij zal macht hebben over jou).” {1 Korinthiërs 7:28}

17 En tot A̱dam zei hij: “Min minnı̂y minnêy, {Wegens, (of)} aangezien jij shâma‛ {gehoor} gaf aan de stem van uw isha en van HaEtz {de Boom} at, waarover Ik u geboden had {Genesis 2:17; Prediker 12:13}: ’Jij mag daarvan niet eten’, is haadamah {de aardbodem} om uwentwil arurah {vervloekt}. {Genesis 4:12Genesis 5:29}
Met itzavon {pijn, lijden, zie vers 16} zal jij de opbrengst ervan eten al de dagen van je leven. {Of: “Het zal je nu moeite kosten om er van te leven alle dagen van je levensdagen.”} {Psalm 127:2; Haggaï 1:6}

18  Kotz en dardar (doornen en distels) zal het voortbrengen {Hebreeën 6:8}, en esev {gewassen, plantengroei} van de chay {khah’ee, sadeh, levend ruw (vlees) of verse plant} zal je eten.

19 (In het zweet uws aanschijns) Onder zê‛âh {zweet} van zware arbeid zal je lechem {brood} eten, totdat je terugkeert naar ‘ădâmâh {Haadama, de grond van de aarde, de aardbodem}, mits je daaruit werd genomen. {Genesis 2:7} Want aphar {afar, stof} was je {Job 10:9} en tot aphar {afar, stof} zal je terugkeren.” {Job 34:15Psalm 104:29; Psalm 146:4; Prediker 3:20Prediker 12:7}

Zo kwam de mens onder de vloek van de dood door zonde. Door zijn tegen God in gaan, met het niet luisteren naar zijn verbod om van de Etz in de Gan niet te eten verkreeg de mens inzicht in goed en kwaad maar eveneens in de vergankelijkheid van de vleselijke mens die nu met noeste arbeid zich in leven moest houden.

De mens zal zijn nederlaag moeten aanschouwen met zijn dood, terwijl de verleiding tot een nederlaag zal komen door een Goddelijke voorziening, waarbij een mens van vlees en bloed zal bewijzen sterker te zijn dan de nasach (de verleiding) en getrouwheid aan zijn Maker zal kunnen tonen. De hiel die zal vermorzeld worden is de constante poging die mensen ondergaan door toe te geven aan hun verleiding. Maar één van de nakomelingen van de eerste ish en isha, Adam en Eva, die de kop zal vermorzelen, is de Kristos of Messias die zal opstaan en het bewijs leveren getrouw aan God te kunnen zijn. In die Kristos of Messias zal de wereld de overwinning zien op het kwaad , de tegenstander van God of de satan. Maar elke mens zal, zoals de Kristos zich moest bewijzen en pijn moest doorstaan, zichzelf ook moeten bewijzen en de pijnen moeten ondergaan die nu elke mens zal moeten door staan.

De ongehoorzaamheid en het in gaan tegen God, wordt ook zonde genoemd. Zij verbreekt de verhouding tussen de mens en zijn Maker. In de Gan was geen plaats voor een zondige mens en om hen te straffen werd de mens gescheiden van die volmaakte wereld van God. De ish en zijn chava waren overtuigd dat hun manier beter was dan die van God en aldus mochten zij zich nu van God bewijzen. zoals Adam en Eva zich trachtten te verschuilen voor God zijn er vandaag nog steeds veel mensen die zich achter anderen, excuses en zelfverdediging proberen te verschuilen.

Ook al mag voor het ogenblik de toegang tot de Koninklijke Tuin afgesloten zijn, moeten wij ophouden ons voor God te verbergen en moeten wij er van overtuigd worden dat de Weg van God de betere weg is dan de onze en zelfs beseffen dat het de beste weg is.

Net als Adam en Eva mogen wij dan gezondigd hebben, toch moeten wij inzien dat God een weg voorzien heeft met een oplossing voor de mensheid. Wij hoeven niet van God gescheiden blijven. De mens moest buiten de Gan een leven op bouwen en zich bewijzen.De nakomeling van de chava die getrouwheid aan God heeft getoond heeft nu de weg geopend voor de mensheid om met God in het reine te komen. De Bijbel verteld het verhaal van de pogingen van de mens om zich met god te verzoenen. Het Boek der boeken beschrijft dan wel pijnlijke verhalen over levens die geruïneerd zijn door de zondeval maar geeft ook een beeld van de hoop die de Elohim voorzien heeft voor Zijn levende schepselen, de ‘zielen der aarde’.

Moshe besluit het derde hoofdstuk van zijn boek over het Begin:

20 De ish gaf de isha shem {een naam} ‘ishshâh nâshı̂ym vrouw de naam Chava(h) {chavvâh = levensgever, „Levende”,, meestal gekend als E̱va (Eua) (Latijn Heʹva) of Eva},* {Genesis 2:19; Genesis 4:1} omdat zij de ‘êm {ame, moeder} kol chay {van eenieder die leeft} moest worden. {Handelingen 17:26}

21 De Elohim Jehovah ging ertoe over voor A̱dam en zijn isha te bedekken (kethôneth kûttôneth) met lange kleren van lederen vellen {kesonos ohr, kimono’s}. {Genesis 3:7; Openbaring 3:18}

22 De Elohim Jehovah sprak: “Ziedaar {alsjeblieft neem waar}, ‘âdâm {de mens} hâyâh ‘echâd {is als een van ons} geworden wat het kennen van tov v’rah {goed en kwaad} betreft, {Genesis 3:5Jesaja 46:5Filippenzen 2:6} en nu, daarom yâda‛ {yaw-dah’, begrijpe, zal hij zich er bewust van zijn} dat het raha zal zijn {ontevredenheid, verdriet, slecht, rampzaligheid, onbehagen, kwaad, slecht, pijnlijke,  kwaadaardigheid, ellende, nul, nietig, verdrietig}] dat hij zijn yad {hand} uitsteekt en werkelijk ook [van de vrucht] van Haïtz HaChayyim {de boom van levens} neemt {Genesis 2:9} en chai l’olam {voor altijd zou leven}.

23 Om die reden zette Jehovah de Elohim hem uit de tuin van E̱den {(de plaats waar de mens eerst geplaatst was) Genesis 2:8}, shâlach {uitzendend} om haadamah {de aardbodem} waaruit hij genomen was te bebouwen {‛âbad, aw-bad’, ‘impliciet te dienen’, = te verzorgen}. {Genesis 2:5; Genesis 3:19}

24 ‘Êth {verkorting van ‘ôth: (In de zin van verschijnen); Een signaal (letterlijk of figuurlijk), als een vlag, baken, monument, omen, wonder, bewijs, enz .: – teken, wonder, (en-) teken, token} Als een teken of baken verdreef Hij HaAdam {de mens}; [en] plaatste {Lett.: „deed verblijven.” Zie Psalm 7:5; Psalm 78:55; Ezechiël 32:4.} miKedem Gan Eden {aan de oostzijde van de tuin van E̱den}{Genesis 2:8; Genesis 4:16} HaKeruvim {de cherubs of engelen van een hoge rangorde die God omringen (Exodus 25:22; Numeri 7:891 Samuel 4:4; 2 Samuel 6:2; 2 Koningen 19:15; 1 Kronieken 13:6; Psalmen 80:1; 99:1; Jesaja 37:16, Ezechiël 10:4), speciale taken vervullen en zich van de klasse van de serafs onderscheidt.} en lahaṭ {vlammend}  cherev {chereb: een snijinstrument (van zijn destructief effect), als een mes, een zwaard of een ander scherp instrument: – bijl, dolk, mes, matock, zwaard, gereedschap; > het vlammende lemmer} dat zich voortdurend wenteld, om shomer (bewaker} te zijn over Derech Etz HaChayyim {de weg naar de boom van levens} {Betreft de derech of weg naar leven: Johannes 14:6.}

+

Voorgaande

Het begin van alles

Keuze van levende zielen tot de dood

Voorzieningen voor de keuzes van de mens

Bron(nen) van kwaad

Terugblikkend op de eerste mens en eerste gebeurtenissen 1 Ontstaan en plaatsing eerste mens

++

Aanvullende lectuur

  1. De Wereld tot stand gekomen door het Woord van God
  2. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 1 Mens geplaatst in wereld van groen en andere levende wezens
  3. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 3 Leven, straf, dood en stof
  4. Een goddelijk Plan #6 De ‘verlossing’ van de Schepping
  5. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #1 Schepper en Zijn profeten
  6. De Voltooiing van de schepping 4 Buitenbijbelse leer
  7. Wie brengt het Kwaad over ons
  8. Zonder God geen reden, geen doel, geen hoop

+++

Verder aanverwante lectuur

  1. Op zoek naar Gods wereld in het relevantie-tijdperk
  2. Die Skeppingsleer gehandhaaf teen die wetenskaplike fundamentalisme van J. Lever, deur dr. F.W. Buytendach
  3. Preek: Josua 8:1-29 Die Here tug ons sodat ons die weg van gehoorsaamheid sal leer
  4. Preek: Genesis 3:20 Die Kinderseën
  5. #Woordvrouw 5 – Eva – Vergeef me mijn twijfel, Heer!
  6. Jezus was een AMA – over reizen gesproken-
  7. Choices have consequences…
  8. Why Do We Suffer?, Part 2
  9. Imagination and the Problem of Evil
  10. Creator God
  11. Sunday Devotional: Season of Lent begins
  12. Genesis 3
  13. “Did God Actually Say?” Brief Thoughts on Genesis 3
  14. Now You See Me, Now You Don’t: Satan’s Oldest Trick In the Book
  15. The Serpent in Genesis 3
  16. Where the Devil Gets Most Power
  17. September 11, 2016 – Creation and Fall
  18. Genesis Three: The Fall.
  19. Falling
  20. The Arrogance of Knowing

  21. Day 62:From The Beginning
  22. The mother of all living
  23. Nakedness means guilt before God
  24. God – not man – put the enmity in place Gen 3:15
  25. The consequences of sin for Eve
  26. The consequences of sin for Adam detailed and limited
  27. What was death in the garden?
  28. Was there any death in the garden? Rom 8:20-21
  29. Death Anxiety and the Curse of Genesis 3
  30. What Does the ‘Wrath’ of God Actually Look Like?
  31. ~ Grace ~
  32. Banished from the Garden – Pure Mercy!
  33. Our Common LifeWhy Do We Suffer, Part 3Imagen relacionada

     

1 thought on “Terugblikkend op de eerste mens en eerste gebeurtenissen 2 Daad van ongehoorzaamheid eerste mens”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s