Dierenrijk, Elohim Hashem Jehovah, Geschiedenis, Levenskwesties, Mensdom, Plantenrijk, Universum (Ruimte)

De Adem van God tot bestaan, leven en tot relatie brengend

In het “Begin der tijden” was er helemaal niets buiten choshech of donkerte en chaos maar eveneens een Onzichtbaar Wezen, de Bore of Goddelijke Schepper. Zijn Adem zweefde over en in die ruimtelijke omgeving. Daar was het Zijn Ruach of Adem die vorm gaf aan klanken waarbij Zijn Woord (Logos) werd gevormd en door Zijn Woord kwam er tot ontstaan.

Gen 1:1 In het begin schiep Elohim Hashomayim (de hemel, Himel) en Haaretz (de aarde)

2 En de aarde was woest en ledig [tohu vavohu (zonder vorm en vol leegte)]; en duisternis lag over de diepte, en de Ruach Elohim (Geest van God) zweefde over de wateren.

3 En Elohim zei: Er zij ohr (licht), en er was licht. 4 En God zag het licht, en vond het tov (dat het goed was); en God verdeelde tussen het licht en de choshech (duisternis). 5 En Elohim noemde het licht Yom (Dag), en de duisternis noemde Hij Lailah (Nacht), en het was avond en het was ochtend, op Yom Echad (de eerste dag). {WBvG Ge 1:1-5}

Telkens was er Gods Adem Die Woord te horen bracht en door de uitspraak van die Woorden kwam er telkens iets tot stand. Alzo maakte de Elohim de dingen uit het niets. Telkens God sprak kwam dat wat God zei tot stand.

6 En Elohim zei: Er moet een uitspansel zijn (of een vlak gespannen worden) in het midden van de wateren, en dat het de wateren van de wateren scheidt. 7 En God maakte het uitspansel en scheidde de wateren die onder het uitspansel waren, van het midden van de wateren, en de wateren van boven. 8 En God noemde het uitspansel hemel, en het was avond en het was ochtend, en er was een tweede dag. {WBvG Ge 1:6-8}

Zo ging het verder en telkens liet God Zijn Adem naar buiten komen, sprak Hij en kwam te zien dat het tov was.

10 En Elohim noemde het droge land Eretz (Aarde), en de poel van de wateren de zeeën, en God zag dat het tov (goed) was. {WBvG {WBvG Ge 1:10}}

Toen er nog geen struik of plant op de vlakten van de aarde was te bespeuren, was er geen mens (A·dham) om de adamah of grond te bewerken.  Jehovah God wenste naar Zijn beeld en gelijkenis  een wezen te maken. Hiertoe vormde de Elohim met stof uit de aardbodem een figuur en blies met Zijn Adem de Nishmat chayyim of levensadem in dat schepsel zijn neusgaten waardoor de mens een levend wezen werd. Bij die gebeurtenis wordt in het Boek der boeken, de Bijbel, voor het eerst de Hashem of Naam van de Elohim vermeld.

4 Dit zijn de generaties van de hemelen en de aarde in de hemelen op de dag dat יהוה  JHWH (Jehovah de Eeuwige HERE God – de Ehyeh-Asher-Ehyeh אהיה אשר אהיה ) de aarde en de hemelen maakte.

5 Dit gebeurde voordat er er nog enig struikgewas op de aarde was en voordat er enig groen van het veld was ontloken – want יהוה (JHWH Jehovah) had het nog niet laten regenen op aarde en er was nog geen mens om die aarde te bewerken. 6 En hij zal opkomen uit de aarde en de hele aarde water geven. 7 En יהוה  JHWH (Jehovah de Eeuwige HERE God – de Ehyeh-Asher-Ehyeh אהיה אשר אהיה ) ging ertoe over de ʼa·dhamʹ {aardse mens } te vormen uit a·far {leem, stof – (#Ge 3:19; Ps 103:14; Ecc 3:20; 1Co 15:47) } van Haaaretz {de aardbodem + (#Job 33:6; Is 64:8) } en blies in zijn neusgaten de nishmat chayyim {nisj·mathʹ (van nesja·mahʹ) chai·jimʹ = de levensadem + (#Ge 7:22; Job 27:3; 33:4; Is 42:5; Ac 17:25) }, en de mens werd leneʹfesj chai·jahʹ {of psuʹchen zoʹsan = een levende ziel; Lat.: aʹni·mam vi·venʹtem. + Zie (#Ge 1:20,21,30; 1Co 15:45). } (de mens werd mens voor mens of een bezield wezen). 8 En Hashem Elohim יהוה  JHWH (Jehovah de Eeuwige HERE God – de Ehyeh-Asher-Ehyeh אהיה אשר אהיה ) plantte voor hen een gan {gan-beʽEʹdhen = de Tuin van Eden } oostwaarts in Eden {geneugte; verrukking }; en plaatste daar de mens die Hij gevormd had.

9 Zo liet Jehovah God uit adamah {de aardbodem } Kol etz (elke boom) ontspruiten, lieflijk om te zien en goed om te eten en de Etz HaChayyim {boom van leven of Boom van moraal + (#Ge 3:24 } midden in de tuin, en de Etz HaDa’as Tov v’Rah {de boom van kennis van goed en kwaad + (#Ge 2:17; Ge 3:22) }. {WBvG Ge 2:4-9}

De mensheid die door de Elohim Zijn Adem niet enkel kwam te ontstaan maar ook leven verkreeg kreeg van God de heerschappij toegewezen over de vissen van de zee, de vogels van de hemel, de dieren, de hele aarde en alle kruipende dingen die op de aarde rondkruipen! door Zijn Adam kwam Gods Ruach in de mens en bracht hem tot leven waardoor er een innige band kon ontstaan tussen dat levend wezen en de Allerhoogste.
Dus God schiep de mensheid naar zijn beeld, naar het beeld van God schiep hij het, man en vrouw schiep hij hen en zegende Hij hen, in de hoop of vol verwachting dat zij vrucht zouden dragen en door te vermeerderen met velen de aarde te komen bewonen en te komen onderwerp.

24 En Elohim sprak: De aarde moet de levende wezens naar zijn aard voortbrengen, en het vee, en het kruipende, en de dieren van het veld en de dieren volgens hun soort. (En zo gebeurde.)

25 En God maakte het beest van de aarde naar zijn soort, en vee naar zijn soort, en alles wat op de aarde kruipt naar zijn soort; en God zag dat het tov (goed) was.

26 En toen zei de Elohim: “Laat ons mensen maken naar ons beeld {met Demut Elohim} [ in onze tzelem, naar onze demut of demoot (gelijkheid of gelijkenis)], opdat zij mogen heersen over de gehele aarde en over alle dieren die over ha’aretz (de aarde) kruipen.”

27 En God schiep de mens naar Zijn zelem (beeld), in de tzelem Elohim (naar het beeld van God) schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.

28  De Elohim zegende hen en zei tegen hen: “Wees vruchtbaar, vermenigvuldig je, vul de aarde en bedwingt haar en heerst over de vissen van de zee en de vogels in de lucht en over alle levende dieren die zich over de aarde voortbewegen.

29 De Ik ben die ben, Al’Lah sprak: “Hinei (Zie), ik heb jullie gegeven, al het zaaddragend gewas op het gezicht van Kolhar’etetz (de hele aarde) en alle bomen, waaraan zaaddragende boomvruchten zijn. Het zal jullie tot voedsel zijn.

30 En voor alle dieren van de aarde, en voor al het gevogelte van de lucht, en voor alle inwoners van het land die er zijn, zal de ziel van het beest leven; en zal het groene gewas tot voedsel zijn. Zo gebeurde.

31 En God zag alles wat hij had gedaan, en zie, het was tov me’od (zeer goed), en het was avond en het was ochtend. Yom Shishi (Dag zes, de zesde dag). {WBvG Ge 1:24-31}

Door Zijn Adem te laten vloeien kwamen er woorden tot stand welke de aardse mens tot leven bracht, maar ook zegende.

Vanaf het begin van de dagen was de Adem er, en vandaag de dag zweeft Hij nog steeds over de wereld. Door Zijn Adem kwamen geluiden over de duisternis en Zijn stem klonk in de leegte en Zijn Woord (gevormd doordat Zijn Adem geluiden maakte) bracht dingen tot stand. Door Zijn Adem aan die aardse mens te geven, gaf Hij iets van Zichzelf. (Hetzelfde als wanneer je uitademt, je laat ook iets van binnenuit los.) Door Zijn Adem te blazen in de neusgaten van de man in klei, werd de man een levend wezen, op een heel andere manier dan de ander schepselen gevormd werden.

 en Hashem Elohim vormde de adam van de aphar min haadamah, en ademde in zijn neusgaten de nishmat chayyim; En de adam werd een nefesh chayyah. {OJBV Ge 2:7}

Door de Adem van Jehovah God in zijn neusgaten te hebben ontvangen, kunnen we voelen dat dit duidt op een nauwere band met God dan met de andere levende wezens. De mens ontving de Ruach chayyim of levensadem in hem door zijn Schepper, en transformeerde dat nederige, aan de aarde gebonden schepsel in een levend wezen dat hoger is dan dieren. In deze opvatting is de mens geen amalgaam van een bederfelijk lichaam en een onsterfelijke ziel, maar een psychofysische eenheid die voor het leven zelf van God afhangt.

Adam is opgevat als een mens die in staat is om op aarde te werken, zij het in een buitengewoon gemakkelijke vorm, gezien de wonderbaarlijke vruchtbaarheid van Eden – dat deel uitmaakt van het goddelijke plan. Ieder van ons, afstammelingen van Adam, is afhankelijk van de Goddelijke Schepper om al dan niet leven te hebben en onze plichten te vervullen. We bestaan omdat Hij ons toestaat hier te zijn.

15 De Elohim Jehovah nam de mens en zette hem in de Gan Eden voor la’avod {om die te bebouwen of er op te werken } en om er shomer (bewaker, verzorger) over te zijn. {WBvG Ge 2:15}

Terwijl in het eerste scheppingsverslag mensen god-achtige schepselen zijn die heerschappij uitoefenen (1: 26-28), is de tragische keuze of hun ambitie om als God of als goddelijke wezens te zijn de wortel van hun straf en verdrijving uit Eden.

4 Hierop zei de nachash tot de isha: „Gij zult volstrekt niet sterven.” {loʼ-mōthʹ temoe·thoen: Lett.: „zult gij [mv.] niet stervend sterven” }{Bij het stervend sterven wordt bedoeld dat men zou voelen dat men stervende is of zal afzien bij het sterven. }

5 Want Elohim weet dat de dag dat je ervan eet, jullie de ogen open zullen gaan en dat jullie dan kEʼ·lo·him {als God – Deze titel is mv. ter aanduiding van majesteit of uitnemendheid } kennis zullen hebben van goed en kwaad. {(#Ge 3:22; Isa 46:5; Php 2:6) } {WBvG}

Maar al te graag hadden ze gehoopt zoals Jehovah God te worden. Maar ze werden niet zoals God. Ook al hadden ze misschien het gevoel kunnen hebben dat ze goden waren, hoewel hun onschuld weg was en ze zeker gingen zien of begrijpen wat goed was en wat niet goed of slecht was. We lezen over de fatale progressie in de geest van de vrouw die begon met het psychologische, denkend dat God iets voor hen verborgen hield, daarna het fysieke (eten), overgaand in het esthetische (een lust voor de ogen), en culminerend in het intellectuele (een bron van wijsheid), dat wat hen boven alle dieren op hetzelfde niveau van dat Opperwezen zou brengen. De voortgang kan een weerspiegeling zijn van het proces van rationalisatie waaraan ze bezweek net voordat ze de eerste daad van ongehoorzaamheid van de mensheid aanging.

6 Isha zag nu dat HaEtz {De Boom } goed was tot spijs {of voedsel } en dat de mooie boom iets hoa {bloemig – lief – vriendelijk } was waarnaar het verlangen van haar ogen uitging, ja, de boom was seichel {met mogelijk opzichtige geuren } (begeerlijk om naar te kijken). {door eigen begeerte werd zij meegetrokken + zie ook (#Jas 1:14; 1Jo 2:16) } Zij nam dan van zijn vrucht (of fruit) en ging ervan eten en liet ook leʼi·sjahʹ {haar man } er van proeven. Toen deze bij haar was, ging hij er ook van eten. {Hierdoor kwam er uitbreiding naar de andere mens en werd ook de ish zijn geest verdorven. Ook al werd A̱dam niet bedrogen, werd de isha grondig bedrogen en geraakte in overtreding.+ (#Ro 5:12; 2Co 11:3; 1Ti 2:14)

7 En de ogen van beiden werden toen geopend en (toen) wisten zij dat zij eirummim {naakt } waren en zij hechtten aleh te’enah {vijgenbladeren } tot khagorot {lendebedekking, lendebekleding }. {(#Ge 3:21) } } {WBvG Ge 3:6-7}

Adam en Eva hadden ernaar uitgekeken om meer kennis te vergaren. Waar ze niet op hadden gehoopt, was dat deze kennis hen bepaalde dingen zou brengen waar ze voorheen geen probleem mee hadden, zoals hun naaktheid. Met de nieuwe kennis komt de schaamte van naaktheid die ze hadden gemist in hun kinderlijke onschuld (vss. 10-11; cf. 2:25), een symbool van een veel omvattend gevoel van schuld en een onheilspellende vervreemding tussen God en het oerpaar. De man probeert zwakjes de bok door te geven aan zijn vrouw, en dus ook aan de God die haar naast hem zette (vs. 12). Zij, met meer geloofwaardigheid, geeft de slang de schuld (vers 13).

12 En HaAdam zei: “De isha, die U naast mij geplaatst hebt (of mij gegeven hebt) om met mij te zijn, gaf mij van HaEtz, en ik heb er van gegeten. {(#1Sa 15:24; Jas 1:14) }

13 En Hahem Elohim zeide tot de Isha: Wat is dit, dat gij gedaan hebt? En de Isha zei: De Nachash {slang } heeft mij bedrogen, en ik heb gegeten. {(#2Co 11:3; 1Ti 2:14) } {WBvG Ge 3:12-13}

De adem van God had doorheen de tuin geklonken, maar kwam nu ook over hen om die twee mensen uit Zijn koninklijke tuin te sturen.

De man en vrouw moesten vanaf dat moment hun eigen adem voelen. Ze zouden gaan zweten en meer nog zouden ze afzien, zuchten en kreunen. Omdat de man zijn mannin had gehoorzaamd in plaats van de El ʿElyon, moest hij vanaf dat moment de aarde bewerken door zwoegen en zweten, alle dagen van zijn leven, totdat de grond waaruit hij werd gehaald hem weer zou opnemen (vss. 19; vgl. 2: 7) En in die dagen dat hij zal leven, zal hij zich opnieuw moeten afvragen over zijn relatie met de Bore.

Ook al werden zee verbannen zou de Adem van God dicht bij de mensen blijven, en zouden zij die Die Adem wensen te voelen en te horen, ook kunnen voelen en horen. Met hen zou de adem van God steeds een verbintenis willen aan gaan.

In de volgende hoofdstukken zullen we zien hoe het oerpaar de magische tuin van hun jeugd en hun onschuld heeft verlaten en de harde wereld van volwassenheid en zijn pijnlijke realiteit is binnengegaan, waarvan de dood er een deel van werd.

+

Voorgaand

Terugblikkend op de eerste mens en eerste gebeurtenissen 1 Ontstaan en plaatsing eerste mens

De Schepper achter eerste levende wezens

Scheppers ster verbinding tussen hemel en aarde

Voorziening van leven

Van chaos naar ordelijkheid

Bereshith 2:4-14 Adem en leven plaatsing door de Elohim God

Bereshith 2:15-25 v 18-25 Een Hulp voor de man of een Vrouw in het vizier

Terugblikkend op de eerste mens en eerste gebeurtenissen 2 Daad van ongehoorzaamheid eerste mens

Keuze van levende zielen tot de dood

Bereshith 3:20-24 Moeder van al wat leeft + Cherubs en verjaging uit de Gan Eden

++

Aanvullende lectuur

  1. Het universum makende Woord van God
  2. Rond God de Allerhoogste
  3. Bijbelgezegden over God
  4. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 1 Mens geplaatst in wereld van groen en andere levende wezens
  5. Jehovah Wiens Naam heilig is
  6. Hashem השם, Hebreeuws voor “de Naam”
  7. Woord van God (Bijbelstudenten)
  8. Woord van God (Christadelphians)
  9. Gods Uitspraken opgetekend in een boek
  10. Plan van de Goddelijke Maker
  11. Mens, mensheid en mensdom
  12. Betreft de Mens
  13. Menselijke plaatsing
  14. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #1 Schepper en Zijn profeten
  15. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #5 Meditatie en transformatie
  16. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #6 Woorden tot voedsel en communicatie
  17. Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 1 Levensadem en ziel
  18. Menselijk of onvergankelijk Woord van Onvergelijkbare Allerhoogste Schepper en Heerser van de Tijd
  19. Menselijk geslacht – eerste ouders, begin
  20. Mens in prachtige tuin geplaatst – De Tuin van Eden of Paradijs van geneugte
  21. Mens naar beeld van God geschapen
  22. Mens naar Gods gelijkenis geschapen met een doel
  23. Mens gemaakt om speciale relatie met God te hebben
  24. Menselijk wezen
  25. Mensen die de focus verloren
  26. Mensen geen macht over Woord van God
  27. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 1 Mens geplaatst in wereld van groen en andere levende wezens
  28. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 2 Lot na daad van ongehoorzaamheid

+++

Gerelateerd

  1. Waar komt alles vandaan?
  2. Schepping, God is de Schepper
  3. De scheppingsverhalen in Genesis 1 en 2
  4. Oer, een (r)evolutionair scheppingsverhaal
  5. Een reis door de tijd – over ‘Oer’
  6. Oergereformeerd?
  7. Twee Amerikanen over de verhouding tussen schepping en evolutie
  8. Schepping! Via evolutie of door creationisme?
  9. Dit is nog maar het begin!
  10. Notities bij bijbelse verhalen over de schepping
  11. God is alomtegenwoordig
  12. Wat is de almacht van God?
  13. God blijft altijd spreken.
  14. Adam en Eva: De eerste mensen op aarde
  15. Dat het loflied blijft klinken
  16. Bij de wilde dieren…
  17. In Edens’ tuin
  18. Rust voor de natuur
  19. Quote 4673 Schepping niet meer wat het was …
  20. De kracht van het Scheppen.
  21. verleiding
  22. Adam, de appel en Eva.
  23. Bestaansangst en het Leven Zelf

8 gedachten over “De Adem van God tot bestaan, leven en tot relatie brengend”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.