Dierenrijk, Geschiedenis, Levenskwesties, Mensdom, Plantenrijk, Universum (Ruimte)

Voorziening van leven

De Scheppende Kracht bracht orde in de chaos van het heelal. Toen de planeten en sterren hun plaats en doel hadden gekregen ging in de derde fase de Goddelijke Schepper over levende elementen te maken.

Telkenmale God Zijn Stem gebruikte gebeurde er iets. God Sprak en wat Hij uitte gebeurde. Telkenmale nadat Hij gesproken had zag Hij naar de dingen die tot stand ware gekomen en keurde ze goed. Hij vond het telkens tov vooraleer tot een ander fase over te gaan. De Elohim had het Raki’a (uitspansel) met de HaShomayim (hemelen) gemaakt en de mayim of het water onder het uitspansel van het water daarboven gescheiden. Alsook had Hij voorzien dat al het water dat onder de hemel was in een plaats samen kon vloeien opdat het droge te voorschijn zou komen. (Bershith/Genesis 1:7,9-10)

Het drooggevallen gebied noemde de Elohim de Eretz of Land en het samengestroomde water zee. Toen Hij zag hoe mooi het was vond Hij dat er veel groen op het land moest komen. Hiertoe liet Hij Zijn Ruach over de haaretz (grond) der eretz (aarde) en verzocht de planten zera (zaad) te vormen en bomen vruchten te dragen. Hier zien wij een duidelijke aftekening van het Plan van God waarbij alles een telos of doel heeft gekregen. Zo gebeurde het dat er veel groen op onze planeet kwam met allerlei zaadgewassen en vruchtbomen.

Genesis 1: 11-13 OJBV En Elohim zeide: Laat de aarde vegetatie voortbrengen, de kruiden zera (zaden), en de vruchtboom, vruchten geven volgens zijn soort, waarvan het zaad op zichzelf is, naar zijn soort op de aarde; En het was zo. (12) En de aarde bracht vegetatie voort, en kruid gaf zera, naar zijn soort, en de boom gaf fruit, waarvan het zaad op zichzelf was, naar zijn soort; En Elohim zag dat het goed was. (13) En de erev en de boker waren Yom Shlishi (Dag Drie, de Derde Dag). [T.N. Shemot 19: 11,15-16; Yehoshua 1:11; Bamidbar 19: 11-16; Yona 1:17; Hoshea 6: 2; Melachim Bais 20: 5,8; Ezra 6:15; 1C 15: 4,20; Opmerking over Yom HaShlishi (De Derde Dag, Gen.1: 13) is Yom HaBikkurim van de Bria HaOlam, de eerstgeborenen van de schepping der wereld; Net zoals Hoshea 6: 2 Yom HaShlishi aangeeft, is de tijdsmerker van de Techiyas HaMesim (Opstanding van de Doden), zodat Yom HaBikkurim op Nisan 16 viel en werd een tijdmarkering die de aftelling van de opstanding van Moshiach Nisan 16, 3793 33 CE) naar Shavuos, 3793 en de Matan HaTevilah BeRuach Hakodesh. Lv 23:11].

Wij horen telkenmale God vermelden dat het tov was, zodat wij er op aan kunnen dat het werkelijk goed was, of Zijn goedkeuring verkreeg. Hieruit kunnen wij afleiden toen de Elohim overging tot het maken van de mens, dat deze in een prachtige omgeving moet geplaatst zijn.

De mens werd uit de aphar ha’aretz of stof van de aarde genomen en tot leven gebracht doordat de Ruach Adem door de mens zijn neusgaten liet stromen en zo levensadem gaf.  Na dat de mens nu ook tot een levende ziel or levend wezen was gemaakt, zoals de andere zielen de dieren plaatste de Elohim de man in Zijn Koninklijke Tuin, Gan Eden, in het oosten waar er rivieren stroomden en begeerlijk zaaddragend gewas en vruchtbomen waren die voedsel konden voortbrengen. Deze planten of gewassen droegen het leven in zich en konden zich telkens naar hun eigen soort voort planten.

Deze kaart toont het oude tweestromenland Mesopotamië en de uitbreiding van de ‘Vruchtbare Sikkel’.

Maar God had ook twee speciale bomen geplant. Er waren de Etz HaChayyim (Boom van Leven) en de Etz HaDa’as Tov v’Rah (Boom van moraal), een kennisgever van goed en kwaad. Ook de stromen die er liepen zouden later nog van belang zijn voor de mens en zijn geschiedenis. (De Pison, Gihon, Hiddekel of Tigris en Frath of Eufrates, die de Vruchtbare Sikkel vormen.) Na dat God de mens had genomen en hem in de Hof van Eden had  geplaatst vernemen wij de eerste opdracht voor de mens, namelijk om Gods wereld te bebouwen en hem te bewaren.

Genesis 2: 7-15 OJBV en Hashem Elohim vormde de adam van de aphar min haadamah, en ademde in zijn neusgaten de nishmat chayyim; En de adam werd een nefesh chayyah. (8) En Hashem Elohim plantte een gan (tuin) oostwaarts in Eden; En daar zette hij de adam, die hij had gevormd. (9) En uit de adamah (grond) deed Hashem Elohim  (T.N., vers 5) Kol etz (elke boom) opspringen welke aangenaam is voor het zicht en voor voedsel; De Etz HaChayyim (Boom van het Leven) ook in het midden van de tuin en de Etz HaDa’as Tov v’Rah (zie 3:22, dat wil zeggen deze die morele autonomie voor stelt; tegenover Exodus 9: 20-21 waar de Dvar Hashem (Woord van de Naam = Woord van God) de leidraad van het leven is, zelfs voor de heidenen). (10) En een rivier (Nahar) stroomde uit Eden om de tuin te wateren; En daarvandaan werd het verdeeld en werd er vier hoofdwateren. (11) De shem (of naam) van de eerste is Pishon; Dat is welke door de kol eretz Chavilah (het gehele land Havilah) vloeid, waar er zahav (goud) is; (12) En de zahav van dat land is tov; Er is [de edelsteen] bedolach en de even (edelsteen) hashoham [T.N .: deze onyx edelsteen wordt gebruikt bij de bouw van de Bigdi HaKodesh van Kohen Gadol]. (13) En de schem van de tweede nahar is Gihon; dezelfde die door kol eretz Cush vloeid. (14) En de schem van de derde nahar is Chiddekel (Tigris [zie Daniël 10: 4]): dat is welke naar het oosten van Assyrië gaat. En de vierde nahar is Eufraat. (15) En Hashem Elohim nam de adam en plaatste hem in de Gan Eden la’avod (om het op te werken of te bebouwen en te beploegen) en om er shomer (bewaker) over te zijn.

In dat land had de Elohim andere levende dingen voorzien, welke de mens ook tot voedsel konden dienen.

Vooreerst waren er in de derde fase van de schepping allerlei gewassen, zaaddragende planten en vruchtbomen met zaad in hun vruchten op aarde komen te groeien, waarvan de zaden steeds weer planten en bomen konden voortbrengen.

Genesis 1: 11-13 OJBV En Elohim zeide: Laat de aarde vegetatie voortbrengen, de kruiden zera (zaden), en de vruchtboom, vruchten geven volgens zijn soort, waarvan het zaad op zichzelf is, naar zijn soort op de aarde; En het was zo. (12) En de aarde bracht vegetatie voort, en kruid gaf zera, naar zijn soort, en de boom gaf fruit, waarvan het zaad op zichzelf was, naar zijn soort; En Elohim zag dat het goed was. (13) En de erev (avond) en de boker (ochtend) waren Yom Shlishi (Dag Drie, de Derde Dag).

In de daarop volgende fase kwam er in de  mayim (de wateren) het wemelen van het gewriemel van bezield leven, alsook kwamen er in de lucht vliegende zielen of wezens, waaronder ook grote gedrochten. En alle levende ziel die rond kroop, waarvan de wateren zijn gaan wemelen, in hun soorten, en elke gevleugelde vogel in zijn soorten, werd door de Elohim bekeken,en goed bevonden.

Inbeelding van en Brontosaurus excelsus groep naar gevonden skeletten.

In de vijfde fase (of ‘dag’) verzocht de Maker van alle dingen de aarde naar buiten te brengen met bezield leven in z’n soorten, vee, kruipend gedierte en wat in het wild leeft op aarde in z’n soorten; en zo kwam alles tot stand. en de wereld moet het weten dat het God is die maakt wat in het wild leeft op aarde in z’n soorten, het vee in z’n soorten en al wat over de bloedrode grond kruipt in z’n soorten; God ziet het aan: ja, het is goed!

 

Genesis 1: 20-31 OJBV en Elohim zei: Laat de mayim (wateren) een overvloed van levende wezens voortbrengen en vogels die over de aarde kunnen vliegen in de open lucht van de hemel. (21) En Elohim heeft grote zeeschepsels en elk levend wezen dat beweegt, die de wateren in overvloed voortgebracht hebben, naar hun soort, en alle gevleugelde hoenders volgens hun soort geschapen; En Elohim zag dat het tov was. 22 En Elohim zegende hen, zeggende: Wees vruchtbaar en vermeerder, en vul de wateren in de zee, en laat de vogels vermenigvuldigen in de aarde. (23) En de erev en de boker waren Yom Chamishi (Dag vijf, de vijfde dag). (24) En G-d zei: Laat de aarde het levende wezen voortbrengen naar zijn soort, vee en kruipende dingen, en beesten der aarde volgens zijn soort; En het was zo. (25) En G-d maakte het beest der aarde volgens zijn soort, en vee volgens hun soort, en alles wat op de aarde kruipt volgens zijn soort; En G-d zag dat het tov was. (26) En G-d zei: Laat ons een mens maken in onze tzelem, naar onze demut of demoot (gelijkheid of gelijkenis); en zij zullen heersen over de vis van de zee en over de gevogelte der lucht en over het vee en over de ganse aarde, En over al het kruipende ding dat op ha’aretz (de aarde) kruipt.

(31) Aldus heeft G-d de mensheid in zijn eigen zelem geschapen, in de tzelem Elohim (afbeelding van G-d) heeft Hij hem gemaakt; Zachar (man) en nekevah (vrouwelijk) maakte hij hen. (28) En G-d zegende hen, en G-d zeide tot hen: Wees vruchtbaar en vermenigvuldig, en vul de aarde, en temper of onderwerp het; en heb heerschappij over de vis van de zee en over het gevogelte van de lucht en over alle levende dingen die op de aarde bewegen. (29) En G-d zei: Hinei, ik heb u gegeven, dat elk kruid zaad heeft, dat op het gezicht van Kolhar’etetz (de hele aarde) is, en elke etz, in hetwelk het fruit van een boom is Zaad geven; Voor u zal het eten zijn. (30) En aan al het beest van de aarde en aan alle vogels der lucht en aan al hetgeen op de aarde kruipt, waarmede leven is, heb Ik al groen kruiden gegeven om te eten; En het was zo. (31) En G-d zag alles wat Hij had gemaakt, en zie, het was tov me’od (zeer goed). En de erev en de boker waren Yom Shishi (Dag zes, de zesde dag).

Een vergelijking tussen de grootste bekende dinosauriërs binnen bepaalde hoofdgroepen met een mens Vijf grote clades: Sauropoda (Argentinosaurus huinculensis), Ornithopoda (Shantungosaurus giganteus), Theropoda (Spinosaurus aegyptiacus), Thyreophora (Stegosaurus armatus) and Marginocephalia (Triceratops prorsus)

De naar God gelijkende wezens hadden de opdracht gekregen zich zelf te vermenigvuldigen en zo de mensheid te vormen. Het bebouwen van het land was een andere opdracht, die hen echter geen moeite zou kosten maar een aangename bezigheid zou geven. Om in hun levensonderhoud te voorzien had God hen ook voldoende eten voorzien. Aldus hoefden zij zich geen zorgen te maken.

Verbeeldingsprent van de mens in de wildernis

+

Voorgaande:

Het begin van alles

Van chaos naar ordelijkheid

Vervolg: Keuze van levende zielen tot de dood

++

Aanvullende lectuur

  1. Is daar een veroorzaker van alles
  2. 2de vraag: Wat of waar is het begin
  3. Wat betreft Waarom geloven in God?
  4. De wetenschap dat God bestaat
  5. Stemt de Bijbel overeen met de wetenschap
  6. Schepper en Blogger God 1 Leegte en Beweging
  7. Schepper en Blogger God 2 Beeld en gelijkenis
  8. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #1 Schepper en Zijn profeten
  9. Al-Fatiha [De Opening] Surah 1: 4-7 Barmhartige Heer van de Schepping om ons de juiste weg te tonen
  10. Hoe ziet God er uit
  11. Reflectie van God
  12. Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #1 Uitnodiging
  13. Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #2 Vorm van beeldtaal
  14. Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #4 Verpersoonlijking
  15. Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #5 Voorafschaduwing
  16. Vaderschap ingesteld verbondschap door de Schepper
  17. Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden
  18. Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 1 Levensadem en ziel
  19. Leven gedefinieerd door de dood

+++

8 thoughts on “Voorziening van leven”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s