Bijbelstudie, Dierenrijk, Taal & Woordverklaringen

Het Geschreven Woord: draak

Geschreven Woord: Gebruik en verklaring van een sleutelwoord in de grondtekst: draak

 

Het woord in het Hebreeuws

Het Hebreeuwse woord is tannin.
Dat duidt op wilde
dieren, die ver van de menselijke cultuur wonen, of op dieren  met meer dan normale kracht.
Soms duidt het op
slangen, en dan staat hun dodelijkheid voorop.

 

en het Grieks

De Septuaginta, de Griekse vertaling van het OT, vertaalt het in iets meer dan de helft van de gevallen met drakōn.
In
de overige gevallen vinden we als vertaling een veelheid van verschillende diersoorten of mythologische begrippen.

Het NT gebruikt uitsluitend het woord drakōn, dat alleen in het boek Openbaring voorkomt

*

File:Friedrich-Johann-Justin-Bertuch Mythical-Creature-Dragon 1806.jpg
Friedrich Johann Justin Bertuch, de mythische schepsel draak, 1806

Bij het woord ‘draak’ zijn wij geneigd te denken aan een enorm hagedisachtig dier, eventueel met vleugels, zoals dat vaak werd afgebeeld bij uitgaven van de sprookjes van Grimm of de boeken van Tolkien.
Maar in de Bijbel gaat het om iets heel anders.

Het Hebreeuwse woord in het OT is tannin, dat bijna dertig maal voorkomt. We vinden het meteen al in het allereerste hoofdstuk van de Bijbel, wanneer we lezen:

“En (God) schiep de grote zeemonsters (NBG’51: grote zeedieren) en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt.

Die zeemonsters/dieren zijn tannin. In de rest van het OT slaat tannin dan ook in ruim een kwart van alle voorkomen op een of andere vorm van (vaak niet nader aangeduid) zeedier. In de NBG’51 vinden we het dan vertaald met uitdrukkingen als zeedier, zeemonster of zeedraak. Soms wordt het dier gelijkgesteld aan een wezen dat ‘Rahab’ wordt genoemd. Dat geeft het een tamelijk mythologische klank, als van een onbekend zeemonster dat over ongekende krachten beschikt, maar door God overwonnen wordt. Een kenmerkende passage is:

“Ontwaak, ontwaak, arm van de HEER, en bekleed u met kracht! … Was u het niet die Rahab vermorzelde, die het monster doorboorde?” (Jes. 51:9).

Maar dit is poëtische taal; de betekenis wordt ons duidelijk als we opmerken dat het in tenminste drie gevallen gaat over Egypte:

‘Dit zegt God, de HEER: Farao, ik keer me tegen je, jij, koning van Egypte, jij, grote krokodil (tannin) die daar ligt in de waterstromen van de Nijl, jij die zegt: ‘De Nijl is van mij, ik heb hem voor mijzelf gemaakt.’ (Ezech. 29:3, zie ook 32:2).

Egypte wordt hier gezien als een varende natie. Niet echt zeevarend, maar wel met belangrijk scheepvaart-verkeer op de Nijl. En het wordt beschreven als een ‘monster’.

Dieren zijn in het OT een bekend beeld voor machtige menselijke rijken. Ook het Babylonische rijk van Nebukadnezar wordt ons, in Jer. 51:34, voorgesteld als een tannin (draak, NBV: krokodil).

“Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft mij opgegeten, hij heeft mij verpletterd, hij heeft mij gesteld als een ledig vat, hij heeft mij verslonden als een draak, hij heeft zijn balg gevuld van mijn lekkernijen; hij heeft mij verdreven.” (Jer 51:34 STV)

“ Koning Nebukadnessar van Babel heeft van mij gegeten, geschranst en de lege schotel laten staan. Hij heeft mij geslokt als een monster, zijn buik met lekkernijen gevuld en mij dan weggegooid.” (Jer 51:34 WV78)

En in Daniël 7 wordt een opeenvolging van wereldrijken ons voorgesteld als achtereenvolgens een leeuw, een beer, een panter of luipaard, en een niet nader te benoemen monster. De Statenvertaling vertaalt tannin vaak met draak, modernere vertalingen geven meer de voorkeur aan jakhals. Bij jakhals gaat het vooral om beschrijvingen van een woest landschap, ongeschikt voor menselijke bewoning. Of om steden die door Gods ingrijpen zijn verwoest, en nu a.h.w. teruggegeven zijn aan de natuur:

“Babel wordt een berg van puin, een oord voor jakhalzen. Het is huiveringwekkend, ademstokkend, alle inwonerszijn verdwenen” (Jer. 51:37).

De achtergrond van deze beeldspraak is dat de mens zonder God niet meer is dan een (wild) dier (zie bijv. Ps. 49:13,21).

“(49-13) De mens nochtans, die in waarde is, blijft niet; hij wordt gelijk als de beesten, die vergaan.” (Ps 49:12 SVV)

“(49-21) De mens, die in waarde is, en geen verstand heeft, wordt gelijk als de beesten, die vergaan.” (Ps 49:20 SVV)

 

File:Whore of Babylon.jpg
De Hoer van Babylon

De Septuaginta, de Griekse vertaling van het OT, vertaalt tannin in de meeste gevallen met drakōn, wat overigens de reden is dat de SV tannin bij voorkeur vertaalt met draak. In klassiek Grieks betekent het woord echter eerder slang dan draak. Dat is ook de reden dat de Septuaginta in Jes. 27:1 ook het tweemaal voorkomende woord nachash (slang) heeft vertaald met drakōn. Het NT heeft dit woord overgenomen in het boek Openbaring.

R.C.R .

Het beest van de apocalyps, uit het exemplaar in de Bibliothèque Nationale de France

Gebruik van het woord in Openbaring

In Openbaring vinden we drakōn in Op. 12&13 (en ook nog in 16 en 20). Openbaring is een boek van symbolen, dus zal het ook hier, net als in het OT, gaan om een menselijk rijk, voorgesteld met die draak van het Egypte en Babylonië van vroeger.
De draak ver
beeldt dan menselijke heerszucht, in die dagen belichaamd door het Romeinse rijk, maar feitelijk van alle tijden. In 13:2 schenkt de draak zijn macht aan een ander beest dat de kenmerken combineert van de vier dieren in Dan. 7. Dat is dus de opvolger van de vier rijken uit Dan. 7. De draak zelf is meer de heerszucht als zodanig, en wordt daarom tweemaal aangeduid als ‘de oude slang’ (die andere betekenis van tannin), dat is ‘lasteraar’ en ‘tegenstander’ (de feitelijke betekenissen van de woorden duivel en satan). Hij duidt het soort mensen aan waarvan Petrus schrijft:

“Maar deze mensen, die net redeloze dieren zijn, van nature bestemd om gevangen en gedood te worden, lasteren wat ze niet eens kennen. Ze zullen aan hun eigen verderfelijke gedrag tenonder gaan (2 Pet. 2:12).

Het beest uit de zee is een concreet rijk (vermoedelijk het zgn. ‘christelijke’ Romeinse rijk vanaf Constantijn de Grote. En van beide wordt gezegd dat ze de leden van het volk van het Nieuwe Verbond zullen vervolgen, zoals Egypte en Babylonië dat deden met de leden van het volk van het Oude Verbond.

 

Het woord in de Concordantie

Tannin komt in het OT 28x voor, de helft daarvan bij de profeten (vooral Jesaja en Jeremia). De Septuaginta vertaalt dit 15x met drakōn, en gebruikt drakōn ooknog 2x voor nachash, slang.

De Statenvertaling heeft in 21 gevallen draak of zeedraak. De NBG’51 heeft dat maar 3x, en vertaalt het 13x als jakhals.

Drakōn komt in het NT 13x voor, uitsluitend in het boek Openbaring (daarvan 11x in Op. 12 en 13), en steeds vertaald als draak.
De vertaling in de NBV verschilt nauwelijks van die in de NBG-51. Alleen vinden we tannin 2x vertaald als krokodil.

+

Voorgaand

Het Geschreven Woord: anomos

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.