Bijbelstudie, Elohim Hashem Jehovah, Levenskwesties, Re-blogs and Thoughts of others, Religiositeit + Wijze van Geloofsuitdrukking

Een partijdige God – over Kaïn en Abel

Kaïn mocht dan wel bescherming van God krijgen, maar na die vreselijke daad horen wij hoe in het vervolg erger mag opgetreden worden tegen hen die iets verkeerds gedaan hebben. Vandaag lijkt die bloedwraak waar er dan sprake van is in de later hoofdstukken voor ons onbegrijpelijk.

*

Om in acht te nemen:

Kaïn wil dat geloof religie is en blijft: dat religie de bestaande opvattingen bevestigt. Maar Gods visie maakt ons verantwoordelijk voor de kwetsbare. Dat wil Kaïn niet. Zijn positie mag niet bevraagd worden. Zijn zonde is niet dat hij in een goede positie is en leiderschap toont, maar dat hij niet ten dienste van de kwetsbare wil leven.

Alexander Veerman

‘Elk mens telt’ – dat was het thema van de diaconale zondag in de gereformeerde kerk Sliedrecht (PKN). Het is een mooie gedachte, dat elke mens zou tellen. De werkelijkheid laat echter een ander beeld zien. Vraag maar eens aan een uitgeprocedeerde asielzoeker of elk mens telt. Of aan de vluchtelingen die vast zitten in Moria of in andere kampen langs de grenzen van Europa. Vraag het maar aan mensen die klem zitten in situaties van onrecht, of aan wie gebukt gaat onder schulden.

Wie macht heeft, populair is of geld heeft – die bepaalt. Het recht van de sterkste en daar zullen we het mee moeten doen. Toch? En daarmee zitten we midden in het verhaal van Kaïn en Abel. Dit Bijbelverhaal gaat over jou en mij. Een paar punten die in mijn beleving in het oog springen:

Het leven gaat door

Het eerste is dat het leven doorgaat…

View original post 658 woorden meer

5 gedachten over “Een partijdige God – over Kaïn en Abel”

  1. Ja, het leven gaat hoe dan ook door.
    Maar hoe ? Met Jezus / Yaweh of zonder???
    Jezus neemt niet altijd onze moeilijkheden of ziekte en pijn weg, maar Hij is er altijd, zelfs als we fouten maken is Hij er, Hij helpt ons met het Vergevingsproces, geeft ons kracht,vrede,hoop en nog zoveel meer.
    Welke God doet zoiets?
    Ons helpen,terwijl het ons eigen fout is.
    MIJN / ONZE GOD DOET DAT, EN DIE VAN U .

    Like

    1. Beste Beathirion,
      je schrijft dat Jezus er altijd, is, zelfs als we fouten maken en dat “Hij ons met het Vergevingsproces helpt en ons kracht, vrede,hoop en nog zoveel meer geeft. Maar dan schrijf je: “Welke God doet zoiets?” de indruk gevend dat Jezus God zou zijn. Maar hij is de gezondene van God en niet God, maar de zoon van God, die de weg naar God is.

      Like

      1. Sorry voor de vragen, maar wil God en Jezus heel goed en juist leren kennen…
        Hoe zien jullie dit dan ?
        Wat denken jullie hierover??

        In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.
        Johannes 1:1 NBG51

        Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.
        Johannes 1:14 NBG51

        Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.
        Johannes 1:18 NBG51

        verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus,
        Titus 2:13 NBG51

        Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan hen, die een even kostbaar geloof als wij hebben verkregen door de gerechtigheid van onze God en Heiland, Jezus Christus:
        2 Petrus 1:1 NBG51

        Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht gegeven heeft om de Waarachtige te kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in zijn Zoon Jezus Christus. Dit is de waarachtige God en het eeuwige leven.
        1 Johannes 5:20 NBG51“Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven…En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst”. (Jesaja 9:5) Alleen de Heere God Zelf kon de vervulling van deze Namen zijn.

        Sterke God. Degene over wie werd geprofeteerd dat Hij de Messias zou zijn, moest God Zelf zijn.

        Eeuwige Vader. Jezus zei: “Ik en de Vader zijn één” (Johannes 10:30).

        De eerste en de laatste

        “Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, zijn Verlosser, de HEERE van de legermachten: Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste, en buiten Mij is er geen God.” (Jesaja 44:6)

        “En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste“ (Openbaring 22:12,13)

        God noemt zichzelf in Jesaja, de Eerste en de Laatste. Buiten Hem is er geen andere God. Jezus noemt zichzelf in Openbaringen ook de Eerste en de Laatste.

        Heere

        “Gij noemt Mij Meester en Heere (Grieks: Kurios), en u zegt het terecht, want Ik ben het.” (Johannes 13:13)

        Alle Joden in de tijd van Jezus waren bekend met de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagint. Daarin wordt het Hebreeuwse woord Jahweh (God) zonder uitzondering vertaald met het woord Kurios (Here). Voor de Grieks-sprekende Joden stond het woord ‘Kurios’ in de Bijbel daarom gelijk aan het woord ‘God’. In het bovengenoemde vers van Johannes 13 beweert Jezus, dat Hij terecht dezelfde goddelijke Naam en Titel krijgt als de God van het Oude testament. In het Nieuwe Testament gebruiken de discipelen steeds weer het woord ‘Kurios’ om de grootheid van Jezus aan te duiden. In het Oude en Nieuwe Testament wordt dus geen onderscheid gemaakt tussen de naam van Jezus en de naam van God.[1]

        Ik ben

        Zowel God als Christus zeiden dat hun eigen naam “IK BEN” is.

        “En God zei tegen Mozes: IK BEN DIE IK BEN. Ook zei Hij:: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij naar u toe gezonden” (Exodus 3:14).

        “Jezus zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, ben Ik” (Johannes 8:58).

        De Joden begrepen de Heere heel goed en dachten dat Hij God lasterde omdat Hij Zichzelf God noemde. Direct probeerden ze Jezus te stenigen. Op deze bijzondere zonde stond de doodstraf door steniging (Leviticus 24:12-16). Maar Jezus had niet gezondigd want Hij was echt God. Hij was de grote IK BEN in eigen Persoon.

        3. Jezus bezit eigenschappen die alleen God bezit

        Lees de paragraaf over de grootheid van God uit Bijbelstudie twee nog eens aandachtig door voordat je dit argument bestudeerd.

        Hij is eeuwig

        “En u, Bethlehem-Efratha..uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af” (Micha 5:1).

        Alleen God is eeuwig. Jezus moet dus wel God zijn.

        Alomtegenwoordig

        “Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden.” (Mattheüs 18:20).
        Alomtegenwoordigheid is een eigenschap van God de Almachtig alleen. Engelen of mensen zijn dat niet. Jezus belooft op elke plaats op hetzelfde moment aanwezig te zijn. Dit kan Hij alleen beloven als Hij God is.

        Almachtig

        “Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde” (Mattheüs 28:18).
        Dit overstijgt de kracht van mensen, geesten, engelen, demonen of buitengewone mensen. Ook almacht is een eigenschap die alleen de Heere God Almachtig bezit.

        Onveranderlijk

        “Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid” (Hebreeën 13:8).
        Wie kan zeggen dat hij onveranderlijk is dan God alleen?

        4. Jezus doet dingen die alleen God doet.

        Jezus heeft de wereld geschapen

        “Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen. En Hij is voor alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem.” (Kolossenzen 1:15-17)

        Wie dit vers letterlijk neemt kan niet ontkennen dat Jezus waarlijk God is.

        -Alle dingen zijn door Hem geschapen.

        Volgens dit bijbelvers heeft Jezus alle dingen geschapen. Wie is het die alle dingen geschapen heeft? Dat is God (Genesis 1 en 2)! Dus moet Jezus God zijn.

        -Alle dingen zijn voor Hem geschapen.

        Er staat ook dat alle dingen voor Hem geschapen zijn. De schepping is er voor Jezus. Ook dat kan alleen maar van God gezegd worden (Openbaring 4:11).

        -Hij is voor alle dingen

        Jezus was er al voor alles wat geschapen is. Jezus is dus ongeschapen, eeuwig. Er is er maar één die ongeschapen is en dat is God.

        Jezus houdt de wereld in stand

        “Hij, die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen.” (Hebreeën 1:3)

        Dit Bijbelvers zegt dat Jezus alle dingen draagt door Zijn krachtig woord. De schepping blijft bestaan omdat Jezus haar in stand houdt. Van wie kan dat gezegd worden? Dat kan alleen van God gezegd worden. Jezus is dus God

        5. Teksten over God worden op Jezus toegepast

        Teksten uit het Oude Testament die over de ene waarachtige God gaan worden in het Nieuwe Testament op Jezus toegepast. Een heel duidelijk voorbeeld vinden we in Hebreeën 1:10-12. In dit Bijbelgedeelte wordt Psalm 102:26 geciteerd. Deze Psalm gaat overduidelijk over God. De schrijver van de Hebreeënbrief past deze tekst echter toe op Jezus.

        “En: In het begin hebt U, Heere, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen. Die zullen vergaan, maar U blijft altijd. En ze zullen alle verslijten als een gewaad, en als een mantel zult u ze oprollen en ze zullen verwisseld worden; maar u bent Dezelfde en Uw jaren zullen niet ophouden.”

        Een ander voorbeeld vinden we in 1 Petrus 2:7. Daar lezen we:

        “Voor u dan ,die gelooft, is Hij kostbaar; maar voor de ongehoorzamen geldt: De steen die de bouwers verworpen hebben die is de hoeksteen geworden en een steen des aanstoots en een struikelblok”

        Petrus zegt hier dat Jezus voor de Joden een steen des aanstoots en een struikelblok geworden is. In Jesaja 8:13-15 wordt dit van God gezegd. Opnieuw een bewijs dat Jezus God is.

        6. Jezus wordt als God vereerd

        “Omwille van Mij, omwille van Mij doe Ik het, want hoe zou Mijn Naam ontheiligd worden! Ik zal Mijn eer aan geen ander geven. Luister naar Mij, Jakob, Israël Mijn geroepene: Ik ben Dezelfde, Ik ben de Eerste, ook ben Ik de Laatste. Ook heeft Mij hand de aarde gegrondvest, en Mijn rechterhand heeft de hemel uitgespannen. Roep Ik ze, dan staan ze er tezamen.” (Jesaja 48:11-13)

        “Ik ben de HEERE – dat is Mijn Naam; Mijn eer zal Ik aan geen ander geven, evenmin Mijn lof aan de afgodsbeelden.” (Jesaja 42:8)

        Jezus staat mensen toe Hem als God te aanbidden

        God deelt zijn eer met niemand. En toch zien we in het Nieuwe Testament dat Jezus als God vereerd wordt. Jezus ontvangt dezelfde eer als de Vader.

        Een paar voorbeelden:

        -In Johannes negen lezen we dat de blinde man die Jezus genezen had Hem als God aanbad.

        “Jezus hoorde dat zij hem uit de synagoge geworpen hadden, en toen Hij hem gevonden had, zei Hij tegen hem: Gelooft u in de Zoon van God? Hij antwoordde en zei: Wie is Hij, Heere, zodat ik in Hem kan geloven? En Jezus zei tegen hem: Die u gezien hebt én Die met u spreekt, Die is het. En hij zei: Ik geloof, Heere! En hij aanbad Hem.” (Johannes 9:35-38)

        -In Lucas vijf lezen we hoe Petrus Jezus aanbad nadat Hij het wonder van de visvangst verricht had.

        “Toen Simon Petrus dat zag, viel hij neer voor de knieën van Jezus en zei: Heere, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens. Want grote verbazing had hem en allen die met hem waren, bevangen, over de vangst van de vissen, die zij gedaan hadden.” (Lukas 5:8,9)

        –In Johannes twintig lezen we hoe Thomas Jezus na zijn opstanding aanbid.

        “En Thomas antwoorde en zei tegen Hem: Mijn Heere en mijn God!” (Johannes 20:28).

        -Aan het eind van Mattheüs hoofdstuk achtentwintig wordt beschreven hoe de discipelen na Zijn opstanding Jezus aanbaden.

        “En de elf discipelen zijn naar Galilea gegaan, naar de berg waar Jezus hen ontboden had. En toen zij Hem zagen, aanbaden zij Hem.” (Mattheüs 28:16,17)

        Jezus laat dit elke keer toe. Hij doet nooit moeite om de mensen hier van af te houden. Dat kan alleen maar verklaard worden doordat Jezus werkelijk God is. Want Jezus wist dat het een zeer ernstige zonde is om iemand anders dan God te aanbidden (Deuteronomium 6:13; Mattheus 4:8-10). Om die reden weerhielden Paulus en Barnabas de mensen van Lystra ervan om offers aan hen te brengen (Handelingen 14:13-15) en houdt de engel op Padmos Johannes tegen om Hem te aanbidden (Openbaringen 19:10).

        Jezus werd niet alleen hier op aarde aanbeden Hij zal ook in de hemel aanbeden worden.

        “En elk schepsel dat in de hemel, op de aarde, onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Aan Hem Die op de troon zit, en aan het Lam zij de dankzegging, de eer, de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. En de vier dieren zeiden: Amen. En de vierentwintig ouderlingen wierpen zich neer en aanbaden Hem Die leeft in alle eeuwigheid.” (Openbaringen 5:13,14)

        Jezus wordt hier samen met God de Vader aanbeden! De Vader en de Zoon ontvangen hier dezelfde eer. Deze tekst is een zeer sterk en overtuigend bewijs voor de Godheid van Jezus.

        De Vader wil dat wij Jezus Zijn Zoon eren zoals wij Hem eren.

        Dat Jezus aanbidding toestond is geen vergissing. Het is uitdrukkelijk de wil van de Vader dat de Zoon aanbeden wordt.

        “Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft heel het oordeel aan de Zoon gegeven, opdat allen de Zoon eren zoals zij de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet, Die Hem gezonden heeft.” (Johannes 5:22,23)

        “Daarom heeft God Hem ook boven mate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.” (Filppenzen 2:9-11)

        God de Vader draagt ons op om Jezus Zijn Zoon te eren zoals wij Hem eren. Niet alleen mensen moeten Jezus aanbidden ook engelen:

        “En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene in de wereld brengt zegt Hij: En laten alle engelen van God Hem aanbidden.” (Hebreeën 1:6)

        Tot besluit:

        “Wat de Geest van heiliging betreft, is Hij met kracht bewezen te zijn de Zoon van God, door Zijn opstanding uit de doden..” (Romeinen 1:4).

        Dit vers verklaart dat in het bijzonder de opstanding Jezus duidelijk maakt dat Hij de Zoon van God is. Als Jezus niet echt God de Zoon was, en daarom een leugenaar, een oplichter of alleen een buitengewoon mens, dan zou God Hem in het graf hebben gelaten tot op de oordeelsdag en Hem naar de hel hebben gestuurd.

        Volgens Romeinen 6:4 was het de Vader Zelf Die Jezus uit de dood opwekte. God de Vader zegt door de opstanding van Jezus op overtuigende wijze tegen de wereld dat Christus God is.[2]

        Like

        1. God en Jezus zijn twee verschillende entiteiten. Met God kijken wij naar de Enige Ware God, de God van Israël. Deze is een Eeuwige Geest Die geen enkele mens kan zien maar ook die door geen enkele mens iets kan aangedaan worden om zijn bestaan in het gedrang te brengen. Die God kan dus niet door mensen gevangen genomen worden of gedood worden. Als eeuwige God heeft Hij geen begin (dus geen geboorte) en geen einde (geen dood).

          Het Woord dat vlees is geworden gaat ten eerste over een woord, dat is een resultaat van spreken, of het door het loslaten van adem klanken en woorden vormen. De evangelist en jongste volgeling van Jeshua (Jezus) keek op naar zijn leermeester en was er stellig van overtuigd dat die de door God beloofde verlosser was. Zo aanschouwde Johannes Jezus als de verwezenlijking van de in de Gan Eden door God gebrachte belofte. Het Woord dat toen in die Koninklijke Tuin was uitgesproken werd bevestigd met de geboorte van Jeshua, waardoor die man van vlees en bloed die door iedereen gezien kon worden (terwijl geen mens God kan zien en leven) voor Johannes de werkelijkheid werd of die uitgesproken belofte, dat Woord in vlees zag gekomen.
          In de geschriften uit de oudheid werd verwezen naar de schepping maar ook naar het plan van God waarbij de schepping voleindigd moest worden, of als het ware een tweede schepping moest verwezenlijkt worden; Johannes zag Jeshua als de eerst geborene van die tweede of nieuwe schepping. Ook de andere apostelen erkenden Jezus ook zoals de tweede Adam.

          Jeshua is na zijn opstanding uit de dood opgenomen in de hemel om te zetelen naast (en niet op) God Zijn troon om een hogepriester voor God te zijn en een bemiddelaar tussen God en de mensen. Indien Jezus zelf God is kan hij natuurlijk geen hogepriester voor zichzelf zijn noch een bemiddelaar, want dan is hij het directe aanspreekpunt.

          In het door u aangehaalde vers 2 Petrus 1:1 overziet u klaarblijkelijk dat hele kleine, maar belangrijke woordje “en“. Het gaat over God en Zijn Heiland, Jeshua. De ene die een alleswetende is en de andere die vele dingen niet weet, maar toegeeft dat het enkel aan God behoort om die dingen te weten en te laten volbrengen.

          U schrijft over de aangehaalde “Sterke God” waarbij u verget dat Farao ook een sterke god wordt genoemd,terwijl engelen, Farao, Baal, Beëlzubel, Apollo en vele anderen ook god worden genoemd. Zij waren goden zoals de wereld vandaag nog altijd vele goden heeft (idolen, sport en film figuren). Het gaat daar over “god” en niet “God” de El Elyon, maar ordinaire goden, wat betekent “belangrijke of machtige figuren”. “God” betekent machtige. Degene over wie werd geprofeteerd dat hij de Messias zou zijn, is niet en moest niet “God Zelf” zijn, zoals u beweert. Trouwens zou dat van God een verschrikkelijk onerbarmelijk wezen maken; Die de mensheid zo lang liet wachten vooraleer Hij zulk een farse of toneelspel kwam opvoeren, waarbij Hij zou doen alsof Hij stierf (herinner: God is eeuwig en kan dus niet sterven) en dan naar de hemel zou opstijgen nadat Hij de mensen meerdere malen zou hebben voorgelogen dat Hij het niet wist omdat enkel God het zou weten (terwijl Hij zelf God zou zjjn!!)

          Omtrent het “Ik ben” denk jij ook totaal verkeerd. Meerdere mensen zeggen in hun leven “Ik ben” of “Ik ben het” wat Jezus als bevestiging gaf als mensen vroegen of hij die of gene persoon was.

          Hier ontgaat je ook wat het verschil is tussen wat God en Jeshua zeiden. De El Elyon de hoogste God boven alle goden of Elohim, zei “Ik ben Die Ben” of haalde aan dat HIj het “Ik ben het Wezen” of Hij het Zijn Zelf was, iets dat Jeshua of Jezus nooit suggereerde. Jezus gaf zelfs toe dat het hij niet was die mensen tot leven of tot genezing bracht, maar God die hij veel hoger schatte dan hemzelf.

          “17 ¶ Maar Hij antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en ik werk ook. 18 Hierom dan trachtten de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat schond, maar ook God zijn eigen Vader noemde en Zich dus met God gelijkstelde. 19 Jezus dan antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen; want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo.” (Joh 5:17-19 NBG51)

          “27 Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u; niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd of versaagd. 28 ¶ Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb; Ik ga heen en kom tot u. Indien gij Mij liefhadt, zoudt gij u verblijd hebben, omdat Ik tot de Vader ga, want de Vader is meer dan Ik. 29 En nu heb Ik het u gezegd, eer het geschiedt, opdat gij geloven moogt, wanneer het geschiedt. 30 Niet veel zal Ik meer met u spreken, want de overste der wereld komt en heeft aan Mij niets, 31 maar de wereld moet weten, dat Ik de Vader liefheb en zo doe, als Mij de Vader geboden heeft. Staat op, laten wij vanhier gaan.” (Joh 14:27-31 NBG51)

          Jezus had niet zichzelf lief en deed niet wat hijzelf graag zou doen, maar wenste volledig de wil van God te doen. Ook moeten wij niet de wil van Jezus zoeken maar de wil van God zoeken te doen.

          “uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.” (Mt 6:10 NBG51)

          “En Hij ging een weinig verder en Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en bad, zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.” (Mt 26:39 NBG51)

          “En wederom ging Hij heen en bad, dezelfde woorden sprekende.” (Mr 14:39 NBG51)

          “deze woorden: Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van Mij weg; doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede!” (Lu 22:42 NBG51)

          “Ik kan van Mijzelf niets doen; gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en mijn oordeel is rechtvaardig, want Ik zoek niet mijn wil, doch de wil van Hem, die Mij gezonden heeft.” (Joh 5:30 NBG51)

          U haalt zelf het vers aan dat weergeeft Wie God zelf zei dat Hij is

          “En God zei tegen Mozes: IK BEN DIE IK BEN. Ook zei Hij:: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij naar u toe gezonden” (Exodus 3:14).

          “Ik Ben die Ben”. Jezus heeft nooit zoiets gezegd. Eveneens heeft God nooit gezegd dat Hij Jezus zou zijn. Integendeel vinden wij vele bevestigen van het feit dat Jezus de gezonden zoon van God is die geautoriseerd is door God om in Zijn Naam te handelen. God zelf verklaarde Jezus als Zijn welbeminde zoon (en herinner dat God nooit leugens vertelt).

          “Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die zijn volk zal redden van hun zonden.” (Mt 1:21 NBG51)

          “Toen kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen.” (Mt 3:13 NBG51)

          “En zie, een stem uit de hemelen zeide: Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb.” (Mt 3:17 NBG51)

          “Zie, mijn knecht, die Ik verkoren heb, mijn geliefde, in wie mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal mijn Geest op Hem leggen en Hij zal de heidenen het oordeel verkondigen.” (Mt 12:18 NBG51)

          “Terwijl hij nog sprak, zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk, en zie, een stem uit de wolk zeide: Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb; hoort naar Hem!” (Mt 17:5 NBG51)

          “En het geschiedde in die dagen, dat Jezus Nazaret in Galilea verliet en Zich door Johannes in de Jordaan liet dopen.” (Mr 1:9 NBG51)

          “En een stem kwam uit de hemelen: Gij zijt mijn Zoon, de geliefde; in U heb Ik mijn welbehagen.” (Mr 1:11 NBG51)

          “en de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem nederdaalde, en dat er een stem kwam uit de hemel: Gij zijt mijn Zoon, de geliefde, in U heb Ik mijn welbehagen.” (Lu 3:22 NBG51)

          “En er klonk een stem uit de wolk, die zeide: Deze is mijn Zoon, de uitverkorene, hoort naar Hem.” (Lu 9:35 NBG51)

          “En Johannes getuigde en zeide: Ik heb aanschouwd, dat de Geest nederdaalde als een duif uit de hemel, en Hij bleef op Hem.” (Joh 1:32 NBG51)

          “Want Hij heeft van God, de Vader, eer en heerlijkheid ontvangen, toen zulk een stem van de hoogwaardige heerlijkheid tot Hem kwam: Deze is mijn Zoon, mijn geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb.” (2Pe 1:17 NBG51)

          Wij horen geloof te hechten aan die woorden en aan de verdere woorden van Jezus die over zijn hemelse vader sprak.

          Van waar haalt u het dat
          “Jezus heeft de wereld geschapen”

          Dat staat nergens vermeld in de Bijbel. Wel staat er duidelijk vermeld dat het de Elohim Hashem Jehovah was die de Schepper is.

          “In den beginne schiep God de hemel en de aarde.” (Ge 1:1 NBG51)

          “En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.” (Ge 1:27 NBG51)

          “Want zo zegt de HERE, die de hemelen geschapen heeft (Hij is God) die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd: Ik ben de HERE en er is geen ander.” (Jes 45:18 NBG51)

          “Gij, onze Here en God, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de macht; want Gij hebt alles geschapen, en om uw wil was het en werd het geschapen.” (Opb 4:11 NBG51)

          U laat zo maar woorden of tekstgedeelten wegvallen waardoor heel andere wendingen aan teksten worden gegeven, zoals in Kolossenzen waar God als schepper wordt aangeduid maar u dat op christus toepast. Daar in die tekst spreekt de briefschrijver zich uit over het feit dat Jezus de volbrenger is van de “nieuwe schepping” de “nieuwe wereld” die wij door het Bloedverbond mogen verwachten en mogelijk deel van mogen uit maken indien wij geloven in Jezus Christus als de gezondene van God en hem als de gezalfde van God aan nemen. Doordat u hem tot een god maakt en niet in de woorden van God gelooft (dat het Zijn zoon is) ziet u ook af van die mogelijkheid tot verlossing of het vallen onder dat Nieuwe Verbond.

          Ook op andere schriftplaatsen wordt over dat Nieuwe Verbond gepraat en hoe Jezus daar zijn rol in speelde en zo de voleindiger is van de nieuwe schepping en dus de mogelijkheid heeft geschapen voor ons om in een hersteld Paradijs binnen te gaan.

          “1 Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, en Timoteus onze broeder, 2 aan de heilige en gelovige broeders in Christus te Kolosse: genade en vrede zij u van God, onze Vader. 3 Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus Christus, te allen tijde bij ons bidden voor u, 4 daar wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde, die gij al de heiligen toedraagt, 5 om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen. Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking der waarheid, (1-6) het evangelie, 6 dat tot u gekomen is. Immers, in de gehele wereld draagt het vrucht en wast het op, zoals ook bij u, sedert de dag, dat gij het gehoord hebt en de genade Gods in waarheid hebt leren kennen;” (Col 1:1-6 NBG51)

          Het is God die ons geschikt gemaakt heeft en bevrijdt heeft:

          “13 Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, 14 in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden. 15 Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, 16 want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; 17 en Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; 18 en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is. 19 Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, 20 en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.” (Col 1:13-20 NBG51)

          Betreft “aanbidding” gaat u ook te ver. Vandaag aanbidden vele mensen allerlei goden en heiligen maar dat maakt hen niet tot God aanbiddenden, en die Maria’s en heiligen God.

          Trouwens leest u daar verkeerd en zegt de Bijbel niet in Lucas vijf hoe Petrus Jezus zou aanbeden hebben nadat hij het wonder van de visvangst verricht had. Noch op andere plaatsen staat dat. Er staat dat zij zich neerbogen of hem eer betuigden, wat helemaal iets anders is dan aanbidden als God.

          U haalt zelf aan “De Vader wil dat wij Jezus Zijn Zoon eren zoals wij Hem eren.”

          Wij mogen eer brengen tot Jezus, maar dat geldt ook voor het eer brengen aaan mensen die iets goed, zoals brandweer lui of dokters die u gered zouden hebben van uw dood. Maar u mag die mensen niet gaan aanbidden als een god of zeker niet als God. Het is niet omdat mensen Maredonna als hun god aanbidden dat deze God zou zijn. Eveneens voor de andere hedendaagse goden als Conney, Gaga, Spears, e.a..

          U schrijft “Dat Jezus aanbidding toestond is geen vergissing. Het is uitdrukkelijk de wil van de Vader dat de Zoon aanbeden wordt. en haalt dan een tekst aan waar dat helemaal niet uit blijkt:

          “Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft heel het oordeel aan de Zoon gegeven, opdat allen de Zoon eren zoals zij de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet, Die Hem gezonden heeft.” (Johannes 5:22,23)

          In het Nederlands, dat u blijkt te spreken betekent “eren” niet hetzelfde als “aanbidden.

          eren werkw. Uitspraak: [ˈerə(n)] Vervoegingen: eerde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft geëerd (volt.deelw.) bewondering of eerbied voor iemand laten zien Voorbeeld: `de nagedachtenis eren van de oprichter`Synoniem: ver…
          Gevonden op https://www.woorden.org/woord/eren

          1) Aanzien verlenen 2) Achten 3) Achting bewijzen 4) Bastaarduitgang 5) Bejubelen 6) Complimenteren 7) Decoreren 8) Eer aandoen 9) Eer bewijzen 10) Eerbewijzen 11) Eerbied betrachten 12) Eerbied bewijzen 13) Heiligen 14) Hoger aanzien verlenen 15) Hoog schatten 16) Hoogachten 17) Hoogschatten 18) Hulbewijzen
          Gevonden op https://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Eren/1

          eerbied bewijzen (toon de herkomst via de etymologiebank)
          Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/eren

          eerbied bewijzen
          Jaar van herkomst: 1100 (Willeram )
          Gevonden op https://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

          In de Heilige Schrift staat een woord dat betekent dat men “aanzien verlenen” mag, of dat men “achting bewijzen” mag. Daar is niets verkeerds mee om achting te verlenen, zoals men dat volgens de Bijbel ook moet doen naar ouders, leerkrachten of leermeesters (rabbijnen), maar vast en zeker mag men die mensen niet gaan aanbidden, en zeker niet als God gaan beschouwen.

          Wij geven wel toe dat Jeshua of Jezus een grotere hoochachting mag verkrijgen dan onze geliefde echtgenoot of echtgenote of leermeesters. Jezus neemt namelijk eenhogere plaats in dan hen en mag aldus hogere eer verkrijgen dan zij.

          U schrijft verder:
          “God de Vader draagt ons op om Jezus Zijn Zoon te eren zoals wij Hem eren. Niet alleen mensen moeten Jezus aanbidden ook engelen” waarbij u ineens toe geeft dat Jezus God Zijn zoon zou zijn, die eer maag gegeven worden.

          Maar tot besluit begaat u een grote fout door de woorden van de Bijbel te verdraaien. Toch geeft u weer een vers aan waar duidelijk staat dat Jezus de zoon van God is en dat wij dat zouden moeten geloven om apart geplaatst (geheiligd) te worden.

          “Wat de Geest van heiliging betreft, is Hij met kracht bewezen te zijn de Zoon van God, door Zijn opstanding uit de doden..” (Romeinen 1:4).

          Maar dan zegt u eerst juist dat “Dit vers verklaart dat in het bijzonder de opstanding Jezus duidelijk maakt dat Hij de Zoon van God is.” Maar gaat dan in een verschikkelijke fout te zeggen “Als Jezus niet echt God de Zoon was, en daarom een leugenaar, een oplichter of alleen een buitengewoon mens, dan zou God Hem in het graf hebben gelaten tot op de oordeelsdag en Hem naar de hel hebben gestuurd.” De Bijbel zegt helemaal niet dat Jezus “God de zoon” is. En als Jezus wel God zou zijn, dan maakt het hem juist tot een grote leugenaar, want God zou alles weten en overal kunnen zijn terwijl Jezus niet overal kon zijn en toegaf niet alles te weten en niets uit zijn eigen te kunnen (maar God kan alles.). (Kiijk naar het voorval met Lazarus en anderen.)

          Uw einde van uw betoog maakt het nog vreemder van wat u allemaal beweerde. Want daar haalt u zelf aan
          “Volgens Romeinen 6:4 was het de Vader Zelf Die Jezus uit de dood opwekte.” Doch is het niet God de Vader die zegt dat Christus God is, door de opstanding van Jezus. Integendeel getuigd het over het feit dat Jezus werkelijk dood was en drie dagen in de hel vertoefde (drie dagen in sheool = het graf) Wat moest God daar gaan zoeken als Jezus God zou zijn? Trouwens maakt het de opstanding tot iets onnuttigs voor ons, want dan hebben wij nog steeds geen bewijs dat een mens uit de dood zou kunnen opstaan, waarbij al onze hoop in het niet vervalt. Eveneens maakt het God tot een afschuwelijk gruwiljke Vader die de mensen na zijn toneelopvoering nog steeds laat lijden nadat HIj alle hoop op opstanding van de mens uit de dood ondermijnt heeft.

          Like

    2. Natuurlijk zijn wij ook gezegend bij God Zijn aanvaarding van Zijn zoon zijn offerdaad als betaling voor de zonden van de mensheid. Net als door God Zijn aanvaarding van het Zoenoffer maar ook door Zijn verhoging van Jezus, de opname in de hemel om naast God te zetelen als onze bemiddelaar, hebben wij nu altijd deze voorspreker bij God en mogen wij rekenen op het begrip van die man van vlees en bloed die nu bij onze hemelse Vader is.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.