Bijbelstudie, Levenskwesties, Mensdom

Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #5 Bereshith 4:9-16 Straf voor de broedermoord #2 Bereshith 4:13-14 Bewustwording van straf

God moet weer eens toezien hoe de mens zich weer te buiten is gegaan en avon moet krijgen, doordat zulk een misdrijf niet ongestraft kan blijven. Het is alsof de mens echter niet in ziet wat de ernst van zijn misdrijf blijkt te zijn. Bij de eerste zondeval had God gevraagd waar de mens was en nu in het verlengde vraagt Hij ook aan Kaïn waar zijn broer is (v 9). en op die vraag begaat de mens Kaïn weer een fout. In plaats van dadelijk te vertellen wat er gebeurd is oppert hij of hij misschien op zijn broer moet passen (v 9). In zijn verhullingen is Kaïn als het ware zijn alter ego kwijt geraakt en wordt hij zoals zijn ouders verbannen. Hij zal geen kracht meer weten te geven aan de aarde en als een zwerver zou hij nu verder door het leven moeten gaan (v 12).

13 Toen zei Kaïn tot Jahweh:

,,Mijn straf is te zwaar om te dragen. 14 Zie, Gij verdrijft mij thans van de bebouwde grond, en ik zal mij voor uw aanschijn moeten verbergen; dan zal ik een zwerver en vagebond zijn op de aarde, en iedereen die mij vindt zal mij doden. {BvhOT Genesis 4:13-14}

13-14. Kaïn wordt er zich van bewust, hoe zwaar zijn veroordeling is. Er is sprake van ,,straf” (‘ãwön; 1Sm 28,10; Is 5,18) liever dan van ,,schuld” (Is 24,20; Ps 38,5); de uitdrukking minnesö’ slaat op het ondergaan van die straf, eerder dan op de vergiffenis van een schuld (Ex 34,7; Nm 14,18; Os 14,3; Mich 7,18). In feite vraagt Kaïn om mildering van Gods ongemeen zwaar vonnis; dit behelsde, naast de verbanning uit de bezoedelde ‘ãdãmãh, eveneens de uitsluiting in de omgang met anderen waardoor er ook een verdrijving uit de openbare eredienst zal plaatsgrijpen, en dus het ontberen van Gods bescherming (Rt 1,16; 2,12; 1Sm26,19; 2Kg 17,25). Kaïn verliest dus cultus en cultuur; daar men in de cultus ,,het aangezicht van God ziet” (Ex 34,20. 23 J; 23,14.17E), zal hij als balling geen deel meer kunnen hebben aan de publieke cultus.

Ten slotte wordt Kaïns positie die van een buiten de wet gestelde vogelvrij verklaarde (2Sm 14,6v). Dat hij zich ,,moet verbergen voor Gods aanschijn”, bewijst niet dat de Elohim alleen op de gezegende ‘ãdâmãh woont (27,27; Dt 7,13) en niet in de ,,steppe” (het domein van Azazel: Lv 16, 7-10); want aan Gods rechtsdomein ontsnapt niets (Ps 139,7). Dat God op de Sinaï woont (Jdc 5,4) of ,,in het heilige land” (1Sm 26,19; Jon 1,3), beduidt in een gelingsmetafysika dat Hij zich daar vooral betuigt (volgens 11,5 woont Jehovah in de hemel, waarvan Hij ,,afdaalt”).

Kaïns vrees voor een willekeurige bloedwreker (,,iedereen die mij vindt zal mij doden”), toont nog eens aan, dat het perspectief van het verhaal verder reikt dan dat van de allervroegste mensheid.

+

Voorgaande:

Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #1 Bereshith 4:1-6 Twee broers en hun offers

Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #2 Bereshith 4:3-7 Aanleiding tot broedermoord

Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #3 Bereshith 4:8 De Broedermoord

Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #4 Bereshith 4:9-16 Straf voor de broedermoord #1 Bereshith 4:9-12 Bestraffing

Vervolg: Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #6 Bereshith 4:9-16 Straf voor de broedermoord #3 Bereshith 4:15-16 Kenteken ter bescherming

Advertenties

Een gedachte over “Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #5 Bereshith 4:9-16 Straf voor de broedermoord #2 Bereshith 4:13-14 Bewustwording van straf”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.