Bijbelstudie, Levenskwesties, Mensdom

Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #4 Bereshith 4:9-16 Straf voor de broedermoord #1 Bereshith 4:9-12 Bestraffing

In het vierde hoofdstuk van de Ontstaansgeschiedenis zien wij weer eens hoe het komt dat de mens op het verkeerde pad is geraakt en wat daar van de gevolgen zijn.

9 Nu zei Jahweh tot Kaïn:

,,Waar is uw broeder Abel?”

Hij zeide:

,,Ik weet het niet. Moet ik soms op mijn broer passen?”

10 Toen zeide Hij:

,,Wat hebt gij gedaan? De stem van het bloed van uw broer smeekt tot Mij uit de grond! 11 Welnu dan: wees vervloekt, uitgebannen van de grond die zijn muil opengesperd heeft om het bloed van uw broer uit uw hand te ontvangen! 12 Als gij de grond bebouwt, zal hij u niet langer een oogst geven; een zwerver en vagebond zult gij zijn op de aarde!” {BvhOT Genesis 4:9-10}

Abel als schaapherder en Kaïn als landbouwer, deel van Het Lam Gods (Gebroeders Van Eyck)

Vers 9: Het feit dat God Kaïn ondervraagt, bewijst dat Hij de menselijke persoonlijkheid eerbiedigt, zelfs in de broedermoordenaar, door rekenschap te eisen (vgl. 3,9 voor Adam). Normaal, volgens het nomadisch custodia-recht, moet de oudere broer de ~sömër (,,bewaker”; allusie op Abel, die de schapen hoedt?) zijn van de jongere; maar Kaïns antwoord is hoogmoedig en zelfzuchtig (precies zoals de zonde steeds is):

,,Moet ik de hoeder behoeden?”.

Kaïns sarkasme van het ,,pastor, pasce teipsum” klinkt nog brutaler dan de verontschuldiging van Adam (3,9v). Het ligt helemaal in de geest van de broedermoordenaar dat hij de broederband verloochent (1 Jo 3,12.15).

Vers 10: Jehovahs vraag

,,Wat hebt gij gedaan?”

is alleen maar een uitroep, en wijst vanzelfsprekend niet op onwetendheid. Abels bloed (mv. in het hebr.; ook de nakomelingen zijn bedoeld; zo reeds Tg van Onkelos, Midrasj Sanhedrin IV, 5) heeft een ,,stem” om te ,,smeken” (Hb 12,24); eigenlijk is de dahm, of het bloed, de zetel van het levensbeginsel Dt12,23; Lv 17,11). Er is sprake van de roep om rechtsverschaffing (de Secáqáh of vox oppressorum; zie 18,20; 19,13; Dt,4.7; Ex iKg 21: Naboth; 2Sm 21: de terechtgestelde Sauliden; 2Makk8,3; Job 16,18v). zoals het inhouden van het loon der armen (Jak 5,4); vgl. het bekende vers: ,,Clamitat ad caelum vox sanguinis et Sodomorum, vox oppressorum, merces detenta laborum”. De bloedwreker Jehovah (9,5v), die de armen verdedigt (Ex 22,22), zal doodslag zwaar straffen. Het vergoten bloed blijft smeken, zolang de vermoorde niet begraven is (Ez 24,7; Job 16,18; Is 26,21). Volgens de Arabieren is het de ,,doodsuil” (de zielevogel”) die blijft roepen: isqün~i, “geef mij te drinken” totdat hij bedaard wordt door het bloed der wraak.

11 Welnu dan: wees vervloekt, uitgebannen van de grond die zijn muil opengesperd heeft om het bloed van uw broer uit uw hand te ontvangen! 12 Als gij de grond bebouwt, zal hij u niet langer een oogst geven; een zwerver en vagebond zult gij zijn op de aarde!” {BvhOT Genesis 4:11-12}

Vers 11 De vervloeking geschiedt door uitbanning, ,,zodat er voor u geen bebouwbare aarde meer bestaat” (vs 12). Soms geeft men aan min-hã-‘ãdãmah een instrumentele betekenis (door de grond). Het bloed van de vermoorde wordt door de opengesperde muil van de aarde (Nm 16,30.32; Is 5,14) opgeslorpt, en bezoedelt ze daardoor (Nm 35,33). Kaïn wordt hier in zijn eigen persoon vervloekt, in tegenstelling met 3,16-19, waar niet Adam, maar de ádámáh vervloekt wordt.

12. De orde der natuur in de akkergrond wordt nog erger verstoord dan na de eerste zonde (3,17). Niet alleen zal de grond geen oogst (,,kracht”: Job 31,39) meer opleveren, doch het rustige landbouwersleven zal vervangen worden door een onrustig heen­en-weer-geloop op de aarde (‘eres, niet meer ‘ãdãmãh). De kernachtige formule nác wanãd (,,een zwerver en vagebond”) verzinnebeeldt via de uitwendige handelwijze de inwendige onrust. Kaïn moet de vlucht nemen, want de moordenaar kan steeds door de bloedwreker achterhaald worden (Ex 21, 23).

+

Voorgaande:

Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #1 Bereshith 4:1-6 Twee broers en hun offers

Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #2 Bereshith 4:3-7 Aanleiding tot broedermoord

Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #3 Bereshith 4:8 De Broedermoord

Vervolg: Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #5 Bereshith 4:9-16 Straf voor de broedermoord #2 Bereshith 4:13-14 Bewustwording van straf

Advertenties

3 gedachten over “Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #4 Bereshith 4:9-16 Straf voor de broedermoord #1 Bereshith 4:9-12 Bestraffing”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.