Bijbelstudie, Levenskwesties, Mensdom

Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #3 Bereshith 4:8 De Broedermoord

8 Toen zei Kaïn tot zijn broer Abel: [,,Laten wij het veld ingaan”]. En toen zij op het veld waren, viel Kaïn zijn broer Abel aan, en vermoordde hem. {BvhOT Genesis 4:8}

In dit vierde hoofdstuk van de Ontstaansgeschiedenis komen wij weer te zien hoe het in het hoofd van een mens verkeerd kan gaan en waartoe zulk een na-ijver kan leiden tot Chârâh met zeer ernstige gevolgen.

De uitnodigende woorden

,,Laten we het veld ingaan”

staan niet in TM; de Zinsnede werd ingelast volgens LXX, Vg, Sam en Syr; het doel van die inlassing was blijkbaar ,,op het veld” in vs 8b voor te bereiden. Misschien zou men toch TM kunnen behouden:

,,Kaïn sprak eens met zijn broer Abel”.

Kaïn vermoordt Abel

De afzondering van de plaats van de misdaad suggereert een gemeenschap van mensen; de joodse traditie gewaagt van een twist tussen Kaïn en Abel in verband met Abels tweelingzuster (‘Awan in Jub 4,1.9, een apokrief uit de 2e eeuw v. C.) om te weten wie met haar zou huwen (Gunkel corrigeert wajjömer in wajjo’mer, ,,hij begon te twisten”). Kaïn keurt Jahwehs vermaning (van VS 7) zelfs geen woord waardig; hij wil blijkbaar tegen God zondigen, zonder de belaging van de zonde-daemon te willen over­winnen. Met een aangrijpende zin voor de tragiek van het gebeuren wordt de eerste doodslag beschreven; de insinuatie is klaar: waar de haat tegen de broeder aanwezig is, daar nam de broedermoord reeds een aanvang (Mt 5,21; 1Jo 3,12). De woordspeling wajjaqom qajin, en de sterke term voor ,,aanvallen” (onverhoeds, met klaarblijkelijke vijandige bedoelingen: Jdc 8,21; 2Sm 2,14; 2K9 3,24) wijzen op een wel overwogen besluit van de moordenaar. Dat er hier sprake zou zijn van een ritueel mensenoffer (als in 2Kg 3,27; EZ 20,26; Mich 6,7) is niet bewezen (aldus T. Engneil, Svensk Jerusalem Foreningens Tidsskrift 46, 1947, 92­102; A. Brock-Utne, ZAW 52, 1936, 202).

Weer eens kunnen wij merken dat het fout gaan met ons innerlijke denken te maken heeft. Onze houding tegenover anderen. In Gods wereld draait alles om het innerlijke denken en het inzicht waaraan wij ons willen houden.

In de geschiedenis van het fout gaan in de Gan Eden was het de eerste man die door God gevormd was die fout ging. Hier nu vinden wij de eerste man uit de eerste man en vrouw die in de fout gaat. Kaïn is de echte eerstgeborene mens. Na hem kwamen nog heel wat andere mensen uit de gemeenschap van de eerste mensen alsook van de daarop volgende mensen.

Of Eva de naam voor haar eerste zoon een beetje met ijdelheid heeft gegeven kan een mogelijke denkpiste zijn, maar hoeft zo niet te zijn. Het kan zijn dat zij nu ook dacht

“Wat God kan (een mens maken) kan ik ook.”

en dat zij daarom haar eerste kind “de verworvene” noemde.

Beter aanschouwen wij die naamgeving als een bevestiging dat een mens verworven is. Een mens is tot stand gekomen. In die verworvene kunnen wij ons allemaal spiegelen. Het gaat zelfs zo ver dat bij het verwerven van andere kinderen er een vergelijking ontstaat tussen de kinderen en een afmeting hoe God naar hen kijkt. Het is Caïn die zijn toestand tegenover God vergelijkt met zijn die van zijn broer die eigenlijk als een “damp” of “schim” is, en dus in wezen als de mindere is opgetekend.

Als wij vinden dat God Zich niet naar ons toe went of Zich niet genoeg om ons bekommert, kunnen wij ons beter afvragen hoe wij tegenover God staan of hoe wij misschien niet een beetje als Kaïn zijn. Het is totaal verkeerd te denken dat God Kaïn zo maar negeerde en ons zo maar zou negeren. God heeft wel degelijk oog voor wat wij doen. Maar Hij ziet veel meer dan anderen van ons te weten komen of zien. God kent ons innerlijke denken. En daar draait alles om.

In dit hoofdstuk van de ontstaansgeschiedenis zien wij weer eens hoe de averah of chattat ontstaat en waartoe ons eigen verkeerd denken of het eigen verdwalen van ons denken er toe leidt dat wij verkeerd gaan of als ‘slachtoffer van chet vallen’ of verleid worden door de hasatan. Caïn die zijn hersenkronkels zo ver wil laten gaan dat hij denkt door zijn broer te doden dat hij dan meer in de voorspraak van God zou komen.

Als wij goed doen kunnen wij steeds met opgeheven hoofd lopen. Maar als wij iets verkeerd doen is er genoeg reden om met neerhangend hoofd te lopen (verzen 6-7). Het verkeerde verlangen, zoals de chava in de Gan Eden een verkeerd verlangen had, zou van toen af de mens telkens parten spelen. Hier zien wij ook hoe Kaïn de beheersing verliest door zich door zijn verlangens en verkeerde gedachten te laten misleiden en/of verleiden.

 

+

Voorgaande:

Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #1 Bereshith 4:1-6 Twee broers en hun offers

Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #2 Bereshith 4:3-7 Aanleiding tot broedermoord

Volgende: Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #4 Bereshith 4:9-16 Straf voor de broedermoord

Gerelateerde artikel

  1. Luistert God selectief?

 

Advertenties

4 gedachten over “Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #3 Bereshith 4:8 De Broedermoord”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.