Bijbelstudie, Elohim Hashem Jehovah, Geschiedenis, Mensdom, Religiositeit + Wijze van Geloofsuitdrukking

Het merkteken van Kaïn

In het vorige artikel zagen wij hoe Kaïn zijn broer in bittere woede heeft gedood uit jaloersheid en dan nog eens in de fout ging door te zeggen aan God dat hij niet wist waar Abel was en ook niet heel de tijd op hem kon letten.

(#Ge 4:4-9) OJB En Hevel bracht ook de bechorot van zijn tzon en van de chelev daarvan. En Hasjem beschouwde [met gunst, respect] tot Hevel en tot zijn minchah (offer) (5) Maar aan Kayin en zijn minchah had Hij geen achting gegeven. En Kayin was heel boos en zijn aanschijn viel. (6) En Hasjem zei tot Kayin: Waarom ben je boos? En waarom is uw gelaatsuitdrukking gevallen? (7) Als u goed handelt, zult u dan niet worden aangenomen? En als u niet goed doet, kruipt chattat naar de petach. En aan u zal dan teshukah (of begeerte) zijn, en gij moet over haar heersen. (8)  En Kayin praatten met Hevel, zijn broer; en het geschiedde, toen zij in de diepte waren, dat Kayin opstond tegen Hevel, zijn broeder, en hem doodde. (9) En Hasjem zei tot Kayin: Waar is uw broeder Hevel? En hij zei: Ik weet het niet; ben ik shomer achi (mijn broeders hoeder)?

De eerste moordaanslag Kain dood Abel – first murder Cain kills Abel – De eerste moord betreft jaloezie, de sociale positie van de eerstgeboren zoon, de relatie tussen boeren en de bodem, en de verdwijning van het menselijk leven.

Hetgeen wat Kaïn had gedaan beviel de Allerhoogste helemaal niet.

Gen 4:10 WBvG En hij zei: “Wat hebt u gedaan, waardoor de qôl dâm (de roep van bloedvergieten) van uw ‘âch (broer), gilt (of toeschreeuwt) van ‘ădâmâh (de aarde)?

Daarom besluit de Hashem om hem te vervloeken en hem tot een zwerversbestaan te laten dwalen.

Genesis 4:11 WBvG 11 Voortaan (Van nu af) zal ‘ârar (een bittere vloek) over jou zijn, vervloekt van ‘ădâmâh (de grond) die haar mond heeft geopend om dâm ‘âch (bloed van uw broer) uit uw yâd (hand) weg te nemen.

Kaïn vindt zijn misdaad te groot om te dragen en is er zich bewust van dat hij zich zal moeten verbergen. Maar God stelt hem gerust dat diegene die hem zou doden zwaar gestraft zou worden en beloofde hembeveiliging.

Gen 4:13-16 WBvG 13 En Qayin (Kaïn) zei tot יהוה {Jehovah}: Als grote man van verdrukking is mijn avon (ongerechtigheid, straf voor schuld) groter dan ik dragen kan. 14 Zij hebben mij vandaag weggestuurd van de ‘ădâmâh (aardbodem) en van uw pânı̂ym (aangezicht) zal ik sâthar zijn (verborgen blijven), en ik zal als een na (rusteloos voortvluchtig) vanad (en een zwerver, nomade of ronddwaler) zijn in ha’aretz (het land);
15 En יהוה beloofde hem: Hoe ook al wat hârag (om met dodelijke bedoelingen te slaan) zal zijn, zal shib‛âthayim (zevenvoudig) zijn. 16 En Qayin ging uit van de tegenwoordigheid van יהוה {Jehovah}, om zich te vestigen in Eretz Nod (het land Nod), voor het aangezicht van Eden (ten Oosten van Eden).

Het geven van een belofte staat voor het zelfde als het geven van een teken mee. Daarmee kan er ook geegd worden dat een ot op het hoofd van Qain werd geplaatst.

Genesis 4: 13-16 OJBV 16 En Kayin zei tot Hasjem: Mijn avon (ongerechtigheid, straf voor schuld) is groter dan ik kan verdragen. (14) Zie, Gij hebt mij heden verdreven van het aangezicht van de adamah (ardse mens of Adam); en van Uw aangezicht zal ik verborgen zijn en zal ik een na (rusteloos voortvluchtig) vanad zijn (en een zwerver, nomade) in ha’aretz (het land); en het zal geschieden dat wie mij vindt, mij zal doden.
(15) En Hasjem zei tegen hem: daarom wie Kayin doodt, wraak zal zevenvoudig op hem worden genomen. En Hasjem plaatste een ot (merk) op Kayin, zodat niemand die hem vindt hem zou doden. (16) En Kayin ging weg uit de tegenwoordigheid van Hasjem en woonde in Eretz Nod, ten oosten van Eden.

Bij de man van staal (Qain = smid, speer) zien wij het ‘wegsmelten’ van angst. Iets kan stek toenen op het eerste zich maar ook heel zwak zijn.  Door zijn chârâh is hij ten prooi gevallen van het tegen Gods Wet in te gaan, namelijk zijn broeder lief te hebben. Bewust zijnde van de gevolgen van zijn misdrijf vreest hij nu de ârar. Maar zo bitter wil God de vloek toch niet zijn, wat getuigd van Gods goedlievendheid en Zijn begrip van de zwakheid van de mens. Toch kan ook hier god de mens niet ongestraft laten en veroordeelt de Hashem hem tot het leven van een nomade.

Doorheen de geschiedenis van de mens zien wij dat God meerdere beloften zal maken. Meerdere tekens zullen dan ook aan de mens gegeven worden, welke wij al dan niet kunnen of willen zien. Nochtans zijn ze door God duidelijk geplaatst en hebben de mannen van God (de scribeners) ze opgetekend in het Boek der boeken, zodat elke mens er op de hoogte van gebracht kan worden.

Ook al wordt er vermeld dat Qain weg ging van God en zich vestigde in het land van Nod, weten wij niet of hij later al of niet terug in het reine kwam met God. Wel zien wij dat hij een kroostrijk gezin wist op te bouwen waar tentenbouwers, veehouders, maar ook muzikanten bij waren

De laatste twee verzen geven weer hoop. A·dham had wederom gemeenschap met zijn isha. De Chavah baarde een zoon die ze Sheth (de in de plaats gestelde) noemde.

Genesis 4:25 WBvG “En A·dham kende zijn Chavah weer {had opnieuw gemeenschap}, en zij baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Sheth {zetting of de in de plaats gestelde}. Omdat God me een ander zaad gaf onder Hevel {Abel} omdat Qayin {Kaïn} hem immers had gedood, zei ze.”

Uit vers 17 en 14-15 krijgen we de indruk dat Qaïns vrouw meer kinderen kregen en daardoor ook meerdere mensen op de aarde woonden. Er wordt eveneens beweerd

Dat zou kunnen zijn omdat Adam en Eva meer kinderen kregen, die niet vermeld zijn, of omdat God een mensenras schiep en niet alleen een mensenpaar. De laatste redenering wijst terug naar het feit dat Adam “aardse mens” betekent.

Nadat Sheth een zoon kreeg, die Enosh werd genoemd begon men met het aanroepen van de Naam van de Eeuwige.

Genesis 4:26 WBvG “En ook bij de ben {zoon} van de ben {zoon} en bij de schoondochter kwam een zoonskind ter geboorte. En deze A’dham werd Shmo Enosh {mensenkind} genaamd. Van toen af werd een beroep op gedaan op de Shem {naam} Hashem {van de Naam} הוהי {Jehovah }.”

Hierdoor weten wij dat als men toen begon “de Naam van de HEERE” (Ge 4:26 HSV) te aanroepen, dat die Hashem (Naam) Jehovah toen ook al gekend moet geweest zijn.”

Genesis 4:26 OJBV En aan Shet, hem werd ook een ben {zoon} geboren; en hij noemde Shmo Enosh; Toen begon de mens om de Shem (of Sem) van Hasjem aan te roepen.

+

Voorgaande

De vrucht van de Ish en Isha

++

Aanvullend

  1. Effectief Bijbellezen: Woordgebruik – Boek Genesis

 

+++

Gerelateerd

  1. Bij het vallen van de avond, in het paradijs
  2. Kain (en Abel)
  3. Luistert God selectief?
  4. De uitdaging van Kain
  5. Broer teen broer
Advertenties

Een gedachte over “Het merkteken van Kaïn”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.