Bijbelstudie, Geschiedenis, Levenskwesties, Mensdom

Bereshith 3:14-19 De Vervloeking – 2de vonnis

16 Tot de vrouw heeft Hij gezegd:

,,Zeer groot zal Ik maken uw zwoegen en uw ‘gekreun’; onder pijn zult gij kinderen baren.

Uw begeerte zal uitgaan naar uw man, maar hij zal over u heersen”.

Jahwehs/Jehovah’s tweede vonnis geldt de vrouw, die getroffen wordt in haar waardigheid van moeder en echtgenote. Jahweh/Jehovah vermeldt niet uitdrukkelijk de schuld van de vrouw, niet omdat ze over geen onderscheidingsvermogen beschikt (aldus Humbert) of omdat de zonde in de straf zelf doorschemert, doch uit erbarmingsvolle tegemoetkoming. Het ,,zwoegen” slaat zware levenslasten van de vrouw in het oude Nabije Oosten (Ex 11,5; Is 47,2); het “gekreun” is voornamelijk dat van het baren (35,16v: Rachel; Is 13,8; 26,17; Mic 4,9v). De uitdrukking ,,onder pijn zult gij baren” bevat geen ,,apodictisch” gebod; de hagiograaf bedoelt niet dat God opzettelijk de barensweeën als straf heeft opgelegd, doch hij denkt aan het normale levenslot der vrouw. Zoals elke andere natuurlijke pijn, mag vanzelfsprekend ook deze pijn door geoorloofde middelen verzacht worden. Toch blijft het baren enigszins aangetast door de zonde, zoals trouwens ook de verhouding tussen man en vrouw. Tot de straf van de vrouw hoort ook een zekere “seksuele verslaafdheid” (LXX: ,,toekering naar”, mis­schien tesubãtëk  voor “toekering” zie 2Sm 17,3 LXX; Hgl 7,11). Anderzijds zal de man over de vrouw ,,heer­sen”, hij wordt bacal (,,bezitter”, ,,heer”: 18,12; Ex21,3; 2SmII,26; 0s2,8); de vrouw wordt ,,gekocht” (34,12; EX 22,15v; 1Sm 18,25). Over de ideale wezensgelijkheid van de levensgezellin (2,18.21) komt een waas te liggen van slavernij (ook in het NT moet de vrouw ,,onderdanig” zijn: 1Kor 14,34).

File:Pregnancy 36 weeksSide.jpg
36 weken zwanger

 

*

16: Lit.: J. Böhmer, Die geschlechtliche Stellung des Weibes in Gen 2 and 3 (Monats­schr. Gesch. Wiss. Judentums 29, 1935, 281­302) ; J. Coppens, La soumission de la fem­me à l’homme d’après Gen. III, 16b (ETL 14, 1937, 632-40); L. Ouelette, Womans doom in Gen 3,16 (CBQ 12, 1950, 389­99); G. Duncker, ,,In dolore paries filios” Gen 3, z6 (Angelicum 34, 1957, 18-32).

 

+

Voorgaande

Bereshith 3:1-5 De grote misleiding

Bereshith 3:1-6 Het bedrog

Bereshith 3:7-13 De Zondeval

Bereshith 3:14-19 De Vervloeking – 1ste vonnis

+++

Gerelateerd

  1. Adam en Eva: een levensgroot probleem voor theïstische evolutionisten
Advertenties

3 gedachten over “Bereshith 3:14-19 De Vervloeking – 2de vonnis”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.